Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Ten aanzien van feit 1.
De primair ten laste gelegde poging tot doodslag.
De subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling.
De meer subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.
Ten aanzien van feit 2.
Ten aanzien van feit 3.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] met oplegging van de maatregel als in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.