Uitspraak
2.Het standpunt van de officier van justitie
3.Het standpunt van de verdediging
4.Het oordeel van de rechtbank
nadat[slachtoffer]met dat mes is gestoken. Na het steken van[slachtoffer] zou [persoon 2] dan weer dreigend het mes boven zijn hoofd hebben gehouden, roepend “ik steek je neer”. Dat is een onlogische gang van zaken: eerst iemand neersteken en dan dreigen dat je iemand gaat neersteken.
stondboven mij. (…) Ik had een mes bij me en daarmee heb ik uitgehaald”. [28] Bij het verhoor in raadkamer op
27 augustus 2013 verklaart verdachte: “Toen is hij naar mij toegekomen en toen
stondhij boven mij toen ik op de grond lag”. In het verhoor bij de rechter-commissaris op
2 december 2013 verklaart verdachte: “[slachtoffer]
stondover mij heen gebogen”. Pas tijdens de reconstructie komt hij hierop terug.[slachtoffer]
stondtoen hij werd gestoken. In het verhoor bij de rechter-commissaris verklaart hij onder ede: “Ik ben gestoken terwijl ik overeind stond”. [29]
De rechtbank verwerpt daarom het beroep op noodweer.
€ 8.695,12, te vermeerderen met de wettelijke rente, en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor dat bedrag.