Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[verweerder 1],
N.V. NOORDHOLLANDSCHE VAN 1816,
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
- de brief van mr. Van Rhijn namens verweerders van 7 april 2014, met één productie,
- de fax van mr. Roosendaal namens verzoekster van 7 april 2014, met vier producties,
- de mondelinge behandeling en het daarvan opgemaakte proces-verbaal.
2.Het verzoek en de beoordeling
“Ik ging naar de winkel van Jumbo toe”), zou zij, uitgaande van haar stelling dat zij de rijbaan voor twee-derde deel was overgestoken, het deel van de rijbaan waar [verweerder 1] reed al hebben verlaten en zou de aanrijding niet hebben kunnen plaatsvinden. Gesteld noch gebleken is immers dat [verweerder 1] op de verkeerde rijstrook reed.
onderlingwordt gehanteerd bij botsingen
tussen motorrijtuigen. Deze norm is neergelegd in de Overeenkomst vereenvoudigde schaderegeling van 1 januari 2005. Reeds daarom kan [verzoekster] geen rechten ontlenen aan de bedoelde norm, nog daargelaten dat geen sprake is van een aanrijding tussen twee motorrijtuigen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor analoge toepassing van de 25-meternorm.