Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
de keelvan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]), feit 3 en feit 4 subsidiair.
de keelvan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]. Ook acht de raadsvrouw niet bewezen dat verdachte het mes in de richting van [slachtoffer 2] heeft gehouden.
de keelvan aangeefster en/of getuige [slachtoffer 2] heeft gehouden. Immers heeft aangeefster slechts verklaard dat verdachte het mes naar haar richtte en heeft zij niet verklaard dat dit in de richting van haar keel zou zijn gebeurd. Alleen getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte het mes zeer kort bij de keel van aangeefster hield.