ECLI:NL:RBOBR:2014:2477
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van poging tot doodslag en mishandeling levensgezel
De zaak betrof een strafrechtelijke vervolging van verdachte wegens poging tot doodslag en meerdere mishandelingsfeiten tegen zijn levensgezel. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk, en een schadevergoeding van €2.713,10. Verdachte ontkende de feiten en de verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was, met name doordat de anonieme getuige niet kon worden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer onvoldoende werden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Medische informatie was beperkt en er was geen bloed op de onderzochte messen. Foto’s van letsel waren niet duidelijk gedateerd en konden niet met zekerheid aan de ten laste gelegde periode worden toegeschreven. De verklaring van de anonieme getuige werd uitgesloten wegens het ontbreken van hoor en wederhoor.
Gelet op het gebrek aan wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Daarnaast werd de voorlopige hechtenis opgeheven en werden inbeslaggenomen voorwerpen teruggegeven aan de rechthebbenden. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag en mishandeling.