Uitspraak
[verdachte],
(bron I, blz. 239).
(2)en 22 november 2013
(3)op detailniveau weliswaar verschillend hebben verklaard, maar dat zij in grote lijnen en op essentiële onderdelen onderling overeenstemmend hebben verklaard. Hun verklaringen ondersteunen en versterken elkaar en worden vervolgens op onderdelen weer bevestigd door de diverse resultaten van het tactisch en technisch onderzoek. De rechtbank ziet dan ook geen enkele aanleiding om aan de juistheid van de verklaringen [slachtoffer 3] en[slachtoffer 2] te twijfelen. De rechtbank ziet in de verschillen op detailniveau veeleer een contra-indicatie voor de door verdediging gestelde onderlinge afstemming van deze verklaringen. De rechtbank hecht er in dit verband nog aan om op te merken dat betrokkenen slechts in algemene bewoordingen over de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde (poging tot) brandstichting hebben verklaard, daar waar het – indien de stelling van de verdediging juist zou zijn – voor de hand had gelegen om daarover eveneens aangedikt te verklaren. Dat sprake is geweest van onjuist verklaren over de feiten is niet aannemelijk geworden. De rechtbank verwerpt dan ook het betrouwbaarheidsverweer van de raadsman. Dit brengt onder meer met zich dat de rechtbank voor vaststaand aanneemt dat de in de verklaringen van [slachtoffer 3]
(2)
(1)
(3)
(8).Op camerabeelden van een tankstation te Lith is in dit verband om 11:00 uur een witte Volkswagen Crafter te zien komende vanuit de richting van Oss (naar Lith). Hetzelfde voertuig rijdt om 11:06 uur
(9).Verdachte woont te Oss
(15.1)en is in het bezit van een witte Volkswagen Crafter
(5, 15.3).De in beslag genomen Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken] staat op naam van verdachte
(24).In dit voertuig wordt een patroon van een hagelgeweer aangetroffen
(24).
(11)
(4).[persoon 2] hoort verdachte diezelfde dag (’s-middags) tegen hem zeggen dat hij (verdachte) problemen had.
(6)
(12). De stem van de melder wordt herkend als zijnde de stem van verdachte.
(13)
(14).Bij de insluitingsfouillering worden bij hem vier patronen, waaronder een patroon met als opschrift 9 mm S&B Luger, aangetroffen
(16).Op de achterbank van de auto (Fiat Punto)
(20 en 26)
(7)
(17, 18, 19)
. (15.1)
. (22, 23)
(22, 23)
(27)
(26)
(4),de zendmastgegevens van het telefoonnummer van verdachte (tussen 07:30:38 uur en 10:23:08 uur zendmasten aangestraald in Oss, gevolgd door het aanstralen van een zendmast in Alphen te 11:06:31 uur en het aanstralen van een zendmast in Lith om 11:06:31 uur en 11:06:53 uur)
(11),de camerabeelden van tankstation De Haan te Lith (een witte Volkswagen Crafter passeert het tankstation om 11:00 uur komende uit de richting van Oss)
(9)en de verklaring van [slachtoffer 3] (de schietpartij vond plaats omstreeks 11:00 uur)
(2).Een en ander past ook in de gegevens van Google maps, waaruit volgt dat de afstand tussen de woning van verdachte en het woonwagenkamp aan de [plaats 1] te Lith circa 12 kilometer bedraagt en het afleggen van die afstand met de auto circa 17 minuten duurt.
(20,
. (2, 3, 22 en 28)
(2)en de uitgelezen camerabeelden van de woning gelegen aan de [plaats 2] te Lith
(8)af dat verdachte gedurende circa drie minuten op de woonwagen heeft geschoten. Voorts volgt uit genoemde verklaring dat verdachte hierbij nagenoeg aaneengesloten heeft geschoten. Een en ander past ook bij de grote hoeveelheid patronen die op de plaats delict zijn aangetroffen en de in de woning aangetroffen kogelpunten. Het sporenonderzoek heeft uitgewezen dat verdachte in elk geval 38 kogels van het kaliber 9 mm en twee hagelpatronen door de ruiten van de woonwagen heeft afgevuurd
(22, 23).De schoten zijn hierbij van dichtbij op ongeveer borsthoogte en lager in met name de woonruimte van de woonwagen afgevuurd. Een deel van de kogels is afgeketst op een hard oppervlak en heeft een verdere baan afgelegd in de woonruimte
(22, 28).De bij verdachte aangetroffen drie patroonhouders hebben een capaciteit van 15 (2x) en 17 patronen
(27),zodat verdachte tenminste twee maal heeft moeten herladen en doorladen voordat hij weer verder kon gaan met schieten.
[slachtoffer 1] en twee kinderen ([naam 1] en [naam 2])
(1, 2, 3).Dat er zich op dat moment personen in de woning bevonden, moet gelet op de dag (zondag) en het tijdstip (ongeveer 11:00 uur) van de schietpartij ook voor verdachte voorzienbaar zijn geweest. Verdachte ging daar blijkens zijn uitlating ‘Kom naar buiten schijterds’
(2, 3)kennelijk ook vanuit
.Deze uitlating wijst er bovendien op dat hij de confrontatie zocht met een of meer in de woning aanwezige personen.
15.1 en 15.2). Voorts kent de rechtbank voor wat betreft het planmatig handelen betekenis toe aan de omstandigheid dat verdachte tevens verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aan de voorzijde van de onderhavige woonwagen aangetroffen verse brandresten, afkomstig van twee jerrycans met brandbare vloeistof, met in de (geopende) vulopening een stuk stof. Deze voorwerpen zijn in de omgeving van de woonwagen tot ontbranding gekomen.
(22, 29)
feit 2, een straf overeenkomstig de duur van het reeds ondergane voorarrest volstaat. Mocht de rechtbank meer feiten bewezen achten, dan past een veel lagere straf dan de door de officier van justitie gevorderde straf. In vergelijkbare zaken (feit 1) zijn in den lande straffen opgelegd variërend van 5 tot 6 jaren. Bij een dergelijke straf is echter geen voorwaardelijk strafdeel mogelijk zoals door de reclassering is geadviseerd. De op te leggen gevangenisstraf dient dan ook beperkt te blijven tot maximaal 4 jaren met daarbij een voorwaardelijk strafdeel met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.
Legt op de volgende straf en maatregel.
10 jaar,met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.