ECLI:NL:RBOBR:2014:2385
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebiedsverbod voor drie maanden wegens herhaalde overlast in Eindhoven
De burgemeester van Eindhoven legde aan verzoeker een gebiedsverbod op voor drie maanden wegens herhaalde verstoring van de openbare orde in een specifiek gebied. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het verbod op te schorten totdat de rechtbank een definitieve uitspraak doet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gebiedsverbod gebaseerd is op een aantal incidenten die met proces-verbaal van de politie zijn onderbouwd. Verzoeker betwistte zijn betrokkenheid, maar kon dit niet met objectieve gegevens staven. De burgemeester heeft de bevoegdheid om een dergelijk verbod op te leggen ter bescherming van de openbare orde, en het verbod is een preventieve maatregel, geen straf.
De rechter vond dat het verbod proportioneel is gezien de ernst, duur en frequentie van de overlast en dat het algemeen belang van de openbare orde zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van verzoeker. Verzoekers argumenten over persoonlijke gevolgen werden onvoldoende onderbouwd en konden niet leiden tot opschorting van het verbod.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, met het oordeel dat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen en het verbod blijft van kracht.