Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.T.O.M. B.V., te Bladel, eiseres
2.[eiser], te [woonplaats], eiser
€ 2.435,- (2 punten voor het indienen van 2 bezwaarschriften, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 487,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de herroeping van de eerste last onder dwangsom van 6 december 2011 op een andere locatie niet is gebeurd vanwege een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid zodat er geen aanleiding is de kosten voor wat betreft het indienen van het daartegen gerichte bezwaarschrift te vergoeden. Dat is anders voor wat betreft de kosten in verband met het indienen van het bezwaarschrift tegen de tweede last onder dwangsom (gericht aan de verkeerde rechtspersoon) en tegen de derde last onder dwangsom (onduidelijke lastgeving). Verweerder dient tevens het griffierecht aan eiseres terug te betalen. Voor een veroordeling in de proceskosten van eiser bestaat geen aanleiding.
- verklaart het beroep van eiser in de zaak SHE 12/3098 ongegrond;
- verklaart het beroep van eiseres in de zaak SHE 12/3009 gegrond;