Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;
- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van dertig maanden;
- gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 539,-- onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot een bedrag van
€ 539,-- onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot een bedrag van € 539,-- subsidiair 10 dagen hechtenis.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden.
vijf maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen(bromfietsen daaronder begrepen)
voor de duur van achttien maanden.
schadevergoeding van € 539,--subsidiair 10 dagen hechtenis.
schadevergoeding van € 539,--subsidiair 10 dagen hechtenis