ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3763
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt rechtsgeldige reclameovereenkomst en schending waarheidsplicht door Vervor B.V.
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een reclameovereenkomst tussen DZD en Vervor B.V. centraal. De rechtbank heeft vastgesteld dat Vervor in de persoon van [E] aan DZD heeft medegedeeld dat [B] namens Vervor bevoegd was om verder te spreken, waardoor de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid werd gewekt en een rechtsgeldige overeenkomst tot stand kwam.
Tijdens de procedure werden verschillende getuigen gehoord, waaronder [A], [C], [D] en [E]. De verklaringen van Vervor, met name van [E], bleken tegenstrijdig en in strijd met de waarheidsplicht uit artikel 21 Rv Pro. Zo gaf [E] op verschillende momenten verschillende verklaringen over gesprekken met [A] en de aanwezigheid van [A] tijdens opnamen bij Vervor, wat de geloofwaardigheid van Vervor aantastte.
De rechtbank concludeerde dat Vervor niet aan haar waarheidsplicht had voldaan en dat de verklaring van [A] voldoende steun vond in de omstandigheden en verklaringen van andere getuigen. Hierdoor stond vast dat de overeenkomst rechtsgeldig was gesloten. Daarnaast werd bepaald dat Vervor een bedrag van €18.000, exclusief BTW, aan DZD verschuldigd was, overeenkomstig de gemaakte afspraken.
De comparitie die gepland stond, werd uitgesteld voor nadere specificatie van de schade door DZD en verdere afstemming tussen partijen. De rechtbank waarschuwde partijen dat niet verschijnen bij de comparitie nadelige gevolgen kan hebben. De zaak werd aangehouden voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Vervor de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gewekt en een rechtsgeldige overeenkomst met DZD is gesloten, waarbij Vervor €18.000 exclusief BTW aan DZD verschuldigd is.