ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3441
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijk geweld en poging zware mishandeling in Eindhoven
De zaak betreft een geweldsincident op 1 januari 2013 in het centrum van Eindhoven waarbij verdachte werd beschuldigd van openlijk geweld en poging tot zware mishandeling. De officier van justitie baseerde haar bewijs voornamelijk op camerabeelden, verklaringen van verbalisanten en getuigen, en mastgegevens van een mobiele telefoon.
De verdediging betoogde dat de camerabeelden onvoldoende duidelijk waren om verdachte te herkennen en dat getuigenverklaringen ontbraken die verdachte als dader identificeerden. Ook werd aangevoerd dat het signalement van verdachte niet overeenkwam met dat van de dader bij de poging tot zware mishandeling.
De rechtbank concludeerde dat de camerabeelden en fotoprints onvoldoende duidelijk waren voor een positieve herkenning van verdachte. Getuigeverklaringen ondersteunden deze conclusie, aangezien een getuige na het zien van de beelden geen herkenning kon bevestigen. Ook was er geen aanvullend bewijs dat de betrokkenheid van verdachte overtuigend aantoonde.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Daarnaast werd de civiele vordering van de benadeelde partij afgewezen wegens het ontbreken van een bewezen strafbaar feit. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij tot betaling van de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van openlijk geweld en poging tot zware mishandeling.