ECLI:NL:RBOBR:2013:CA2795
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. Klinkenbijl
- J.W.H. Renneberg
- P.T. Heblij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling na moord wegens gering recidiverisico
Betrokkene is ter beschikking gesteld wegens moord sinds 2002, met de laatste verlenging in 2012. De officier van justitie verzocht om verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. De rechtbank hield op 29 mei 2013 een openbare zitting waar de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouwe en een getuige-deskundige van de reclassering werden gehoord.
Diverse rapporten, waaronder een voortgangsverslag van de reclassering en een psychiatrisch rapport, gaven aan dat betrokkene sinds augustus 2012 onder begeleiding staat en dat zijn depressieve klachten zijn verminderd. Hoewel betrokkene soms somber is, is er sprake van een stabiele situatie met werk, een netwerk en medicatietrouw. De reclassering en de psychiater adviseren beëindiging van de tbs-maatregel met een voorwaardelijke rechterlijke machtiging.
De officier van justitie betoogde dat het recidiverisico nog aanwezig is en dat betrokkene onvoldoende stabiel is, mede gezien de moeizame overgang na de voorwaardelijke beëindiging en het contact met zijn kinderen. De raadsvrouwe van betrokkene stelde dat er geen recidivegevaar is en dat de voorwaarden van de voorwaardelijke machtiging voldoende bescherming bieden.
De rechtbank oordeelde dat het risico op ernstige geweldsdelicten na beëindiging van de terbeschikkingstelling gering is en dat de voorwaardelijke rechterlijke machtiging met voorwaarden voldoende waarborgen biedt. Daarom wees de rechtbank de vordering tot verlenging af en besloot de terbeschikkingstelling te beëindigen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af en beëindigt de maatregel.