ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8361
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie wegens vluchtvertraging door technisch mankement afgewezen als buitengewone omstandigheid
De zaak betreft een vordering van een passagier tegen Ryanair voor financiële compensatie wegens een vluchtvertraging van meer dan vier uur op 30 april 2011. De vertraging werd veroorzaakt door een technisch mankement aan het vliegtuig bij de voorafgaande vlucht. De passagier vorderde € 800,00 compensatie op grond van Verordening 261/2004 en het Sturgeon-arrest, terwijl Ryanair dit weigerde en zich beriep op buitengewone omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de technische storing niet kan worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid, aangezien het een technisch mankement betreft dat inherent is aan de normale bedrijfsuitoefening van een luchtvaartmaatschappij. Ryanair had niet aannemelijk gemaakt dat het mankement niet voorkomen had kunnen worden of dat zij alle redelijke maatregelen had getroffen.
Verder verwierp de rechtbank het verweer van Ryanair dat de compensatie in strijd zou zijn met het Verdrag van Montreal. De rechtbank volgde de uitleg van het Hof van Justitie in het Sturgeon- en Nelson-arrest, waarin is bevestigd dat passagiers bij langdurige vertraging aanspraak kunnen maken op financiële compensatie. De vordering werd deels toegewezen tot een bedrag van € 400,00, met daarnaast een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: Ryanair wordt veroordeeld tot betaling van € 475,00 aan compensatie en incassokosten aan de passagier.