ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8301
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenvergoeding voor taxatiematrix bij WOZ-waarde bezwaar
Verweerder stelde de WOZ-waarde van een woning vast op €1.036.000 voor het belastingjaar 2012. Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling, dat werd afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om vergoeding van proceskosten voor een taxatiematrix opgesteld door een geregistreerde WOZ-taxateur.
De rechtbank oordeelde dat de taxatie van de woning niet complex was en dat de door eisers gemachtigde ingediende beroepschrift al inhoudelijke, taxatie-technische argumenten bevatte en was ondertekend door een WOZ-taxateur. De rechtbank concludeerde dat de kosten voor de taxatiematrix door een tweede WOZ-taxateur niet redelijkerwijs noodzakelijk waren.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat de vergoeding voor taxatierapporten wordt vastgesteld op een maximumtarief en dat de aard van het te taxeren object bepalend is voor de vergoeding. Omdat de gemachtigde van eiser zelf voldoende deskundig was, was het inschakelen van een tweede WOZ-taxateur niet gerechtvaardigd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend voor de taxatiematrix.