ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ3636
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie wegens langdurige vluchtvertraging door technisch mankement niet erkend als buitengewone omstandigheid
Eisers hebben een claim ingediend tegen de luchtvaartmaatschappij Transavia wegens een vluchtvertraging van circa zes uur op de vlucht van Rhodos naar Eindhoven op 11 augustus 2011. De vertraging werd veroorzaakt doordat het oorspronkelijk geplande toestel vanwege een technisch mankement niet kon vertrekken, waardoor een vervangend toestel werd ingezet dat later arriveerde.
De eisers vorderden een vergoeding van € 800,00 op grond van Verordening nr. 261/2004 en het Sturgeon-arrest, waarbij zij stellen recht te hebben op compensatie bij langdurige vertraging. De vervoerder betwistte dit en voerde aan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid zoals bedoeld in artikel 5, lid 3 van de Verordening, en verzocht om aanhouding van de procedure in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad.
De kantonrechter wees het verzoek tot aanhouding af en bevestigde dat het HvJ EU in de arresten Sturgeon en Nelson/Tui een ruime uitleg geeft aan de compensatieregeling. De vervoerder kon niet aantonen dat het technisch mankement een buitengewone omstandigheid was, conform het Wallentin/Hermann-arrest. De vordering tot vergoeding, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten werd daarom toegewezen, evenals de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van € 850,00 aan eisers wegens langdurige vluchtvertraging, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.