ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ3191
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen en zwangerschap minderjarige in gezinsverband
Verdachte heeft gedurende ongeveer 22 maanden, vanaf het moment dat het slachtoffer twaalf jaar was, stelselmatig ontuchtige handelingen gepleegd met de minderjarige kleindochter van zijn partner, die bij hem en zijn partner inwoonde en onder zijn zorg viel. Deze handelingen bestonden onder meer uit seksueel binnendringen, betasting van borsten en orale seks, zowel in de gezinswoning als op andere locaties.
Het slachtoffer raakte door deze handelingen zwanger en onderging in de 23e week van haar zwangerschap een abortus. Verdachte heeft de feiten erkend, maar betwistte de frequentie en duur van de handelingen zoals door het slachtoffer aangegeven. De rechtbank achtte de verklaringen van het slachtoffer op dit punt betrouwbaarder dan die van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige handelingen met een minderjarige die hij verzorgde en opvoedde als behorend tot zijn gezin, wat strafbaar is gesteld in de artikelen 245 en 248 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte leed aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis die zijn toerekeningsvatbaarheid in lichte mate verminderde.
Gezien de ernst van het misdrijf, de kwetsbare positie van het slachtoffer en de impact van de zwangerschap en abortus, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar op, met aftrek van de tijd in voorarrest. Daarnaast werd een schadevergoeding van €15.000 aan het slachtoffer toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente, met een subsidiaire hechtenis bij niet-betaling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden en nam geen gevolgen aan het vormverzuim bij de aanhouding, aangezien dit geen nadeel voor verdachte opleverde.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en een schadevergoeding van €15.000 aan het slachtoffer.