ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ1395
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Luchtvaartmaatschappij aansprakelijk voor vergoeding bij langdurige vluchtvertraging zonder buitengewone omstandigheid
Eisers vorderden compensatie van RyanAir wegens een vlucht van Eindhoven naar Palma de Mallorca die met circa 4,5 uur vertraging aankwam. Op grond van Verordening 261/2004 en het Sturgeon-arrest vorderden zij € 1.000,00 schadevergoeding plus wettelijke rente, incassokosten en vertaalkosten.
De vervoerder stelde dat de uitleg van het HvJ EU in Sturgeon te ruim was en dat het technische mankement aan de Engine Driven Pump (EDP) een buitengewone omstandigheid vormde, waardoor zij niet tot compensatie verplicht was. De rechtbank oordeelde dat een technisch mankement inherent is aan de luchtvaart en zonder nadere toelichting niet als buitengewone omstandigheid kan gelden.
De rechtbank wees het beroep van de vervoerder op het Verdrag van Montreal af, omdat de forfaitaire vergoeding volgens het HvJ EU een vergoeding voor geleden tijdverlies betreft en niet strijdig is met dat verdrag. De vordering van eisers werd toegewezen, met rente vanaf de ingebrekestelling op 10 oktober 2011. De incassokosten werden afgewezen, maar vertaalkosten en proceskosten werden aan eisers toegewezen.
De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van € 1.000,00 plus rente en kosten. Dit vonnis werd gewezen door kantonrechter P.P.M. Rousseau en op 14 februari 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: RyanAir is veroordeeld tot betaling van € 1.000,00 compensatie plus rente en kosten wegens langdurige vluchtvertraging zonder buitengewone omstandigheid.