ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ1373
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie voor langdurige vluchtvertraging door botsing met bagageloader niet erkend als buitengewone omstandigheid
Verzoekers hebben een vordering ingesteld tegen Ryanair Ltd wegens een vluchtvertraging van bijna vijf uur op een vlucht van Marseille naar Eindhoven. Op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 en het Sturgeon-arrest vorderen zij compensatie van €250 per persoon.
De vervoerder betwist het recht op vergoeding en voert aan dat het Sturgeon-arrest een onjuiste uitleg geeft van de Verordening en dat de compensatie in strijd is met het Verdrag van Montreal. Daarnaast stelt zij dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid: een gebroken VHF-antenne door een botsing met een bagageloader.
De kantonrechter volgt het HvJ EU in zijn ruime uitleg van de Verordening en wijst de vordering toe. De technische rapporten bevestigen het antenneprobleem, maar de rechtbank oordeelt dat de botsing met de bagageloader inherent is aan de normale bedrijfsvoering en dus geen buitengewone omstandigheid vormt. De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 compensatie met wettelijke rente wegens langdurige vluchtvertraging zonder geldige buitengewone omstandigheid.