ECLI:NL:RBOBR:2013:BY9837
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ontheffing nieuwvestiging intensieve veehouderij wegens schending evenredigheidsbeginsel
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant om een ontheffing te weigeren die nodig was voor de nieuwvestiging van een intensieve veehouderij in een landbouwontwikkelingsgebied (LOG). Eiser, het college van burgemeester en wethouders, stelt dat verweerder ten onrechte geen financiële compensatie heeft vastgesteld en dat toezeggingen over medewerking niet zijn nagekomen.
De rechtbank stelt vast dat de weigering van de ontheffing terecht was op grond van de Verordening ruimte Noord-Brabant, die nieuwvestiging in LOG-gebieden verbiedt. Echter, de rechtbank oordeelt dat verweerder had moeten toetsen of de weigering evenredig was, mede gelet op eerdere afspraken en toezeggingen richting de veehouder en het college.
Verweerder heeft deze belangenafweging niet gemaakt, terwijl dit volgens artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vereist is. De rechtbank concludeert dat het evenredigheidsbeginsel is geschonden en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van het evenredigheidsbeginsel en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.