ECLI:NL:RBOBR:2013:BY9292
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging TBS met voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging na brandstichting
Betrokkene is sinds 2006 ter beschikking gesteld vanwege brandstichting, een misdrijf gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam. Na meerdere verlengingen en uitgebreide rapportages van deskundigen uit de kliniek, psychiatrie, psychologie en reclassering, is geconcludeerd dat betrokkene voldoende vooruitgang heeft geboekt om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen.
De deskundigen rapporteren een positieve ontwikkeling in coping, zelfinzicht en maatschappelijke integratie, hoewel persoonlijkheidsproblematiek blijft bestaan. Het risico op recidive wordt als matig ingeschat, waarbij een langdurige begeleiding door de reclassering noodzakelijk blijft. De reclassering adviseert voorwaarden voor toezicht en begeleiding, waaronder meldingsplicht, alcoholverbod en urinecontroles.
De raadsman betwistte de verlenging op basis van een vermeende maximale duur van vier jaar, verwijzend naar jurisprudentie van het EHRM en het Hof Arnhem. De rechtbank oordeelt echter dat de TBS niet gemaximeerd is omdat het delict gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, en dat de motivering in het vonnis van 2006 dit voldoende impliceert.
De rechtbank besluit de TBS met één jaar te verlengen en de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen onder strikte voorwaarden, waarbij betrokkene zich moet houden aan toezicht en begeleiding door de reclassering. Het verzoek tot onmiddellijke uitvoerbaarheid wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de TBS met één jaar en beëindigt de dwangverpleging voorwaardelijk onder strikte voorwaarden.