ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8963
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terbeschikkingstelling met verpleging voor bedreigingen door ontoerekeningsvatbare verdachte
Op 16 september 2012 bedreigde verdachte twee medewerkers van een forensisch psychiatrische afdeling te Vught met woorden die bij hen redelijke vrees voor zware mishandeling opriepen. Op 1 april 2012 bedreigde hij een andere medewerker in Eindhoven met een mes en woorden gericht tegen het leven. De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen.
Deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan gedesorganiseerde schizofrenie en een pervasieve ontwikkelingsstoornis, waardoor hij vrijwel volledig ontoerekeningsvatbaar was. Zijn gedragingen waren grotendeels door zijn psychische stoornis bepaald, waardoor hij niet strafbaar kon worden gehouden.
De rechtbank volgde het advies van de psychiater en psycholoog en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging. Gezien het hoge recidivegevaar en de ernst van de stoornis legde de rechtbank een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op, passend bij de noodzaak van intensieve klinische behandeling binnen een gesloten kader.
De vordering tot verlenging van de proeftijd werd afgewezen omdat de opgelegde maatregel voldoende waarborg biedt. De rechtbank benadrukte dat reguliere GGZ-behandeling onvoldoende is gebleken en dat alleen een gespecialiseerde kliniek zoals de Mesdagkliniek kans op verbetering biedt.
De uitspraak onderstreept het belang van maatwerk bij ontoerekeningsvatbare verdachten met complexe psychiatrische problematiek en het opleggen van passende zorgmaatregelen in plaats van straf.
Uitkomst: Verdachte wordt wegens ontoerekeningsvatbaarheid ontslagen van rechtsvervolging en krijgt een terbeschikkingstelling met verpleging opgelegd.