ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8932
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring testament en onrechtmatig handelen legitimaris in nalatenschap
Op 16 oktober 1997 overleed erflater, die bij testament van 23 februari 1996 zijn zoon [gedaagde] had uitgesloten als erfgenaam. De zoon stelde dat erflater niet wilsbekwaam was bij het testament en liet dit nietig verklaren. De rechtbank verklaarde het testament nietig, maar het vonnis was enkel uitvoerbaar bij voorraad voor de kostenveroordeling.
Tijdens het hoger beroep incasseerde de zoon spaartegoeden uit de nalatenschap, terwijl het vonnis nog niet in kracht van gewijsde was en het hoger beroep nog liep. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat het testament alsnog uitgevoerd moest worden. De rechtbank oordeelde dat de zoon onrechtmatig had gehandeld door de spaartegoeden te verzilveren en veroordeelde hem tot schadevergoeding van €50.852,69 plus rente.
De zoon voerde verjaring aan, maar de rechtbank oordeelde dat de verjaring was gestuit door onder meer een sommatiebrief uit 2008 en de dagvaarding in 2012. Ook stelde de zoon een tegenvordering in, die werd afgewezen wegens onvoldoende informatie en het ontbreken van een verdeling van de nalatenschap.
De rechtbank veroordeelde de zoon in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De schadevergoeding werd verminderd met een eerdere betaling van €25.000 door Aegon aan de executeur. Hiermee werd de nalatenschap beschermd tegen onrechtmatige onttrekking door de legitimaris.
Uitkomst: De zoon is veroordeeld tot betaling van €50.852,69 schadevergoeding en proceskosten wegens onrechtmatig handelen.