ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8455
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsverwerking bij inroepen non-concurrentiebeding na vestiging concurrerend bedrijf
Partijen sloten een koopovereenkomst waarbij de kapsalon werd overgenomen en een arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding werd overeengekomen. Na ontslag vestigde de werknemer binnen de afgesproken straal een concurrerend kapsalon.
De werkgever stelde een boete wegens overtreding van het concurrentiebeding, maar had pas na het verstrijken van de looptijd van het beding actie ondernomen. De werknemer stelde zich op het standpunt dat zij mocht vertrouwen op niet-handhaving van het beding vanwege het uitblijven van bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van rechtsverwerking omdat de werkgever gedurende de looptijd geen bezwaar maakte en pas na afloop aanspraak maakte op de boete, waardoor de werknemer onredelijk werd benadeeld. De vordering werd afgewezen en de werknemer werd niet-ontvankelijk verklaard in haar reconventionele vordering tot vernietiging van het beding vanwege het ontbreken van belang.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de boete wegens overtreding van het concurrentiebeding wordt afgewezen wegens rechtsverwerking.