ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8337
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opslag carbon black niet als afvalstof gekwalificeerd, last onder dwangsom vernietigd
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eiseres tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Deurne wegens de opslag van carbon black op een perceel. Verweerder stelde dat de carbon black een afvalstof betrof, waarop handhavend werd opgetreden. Eiseres voerde aan dat het materiaal een grondstof was met economische waarde en niet als afvalstof kon worden aangemerkt.
De rechtbank verwees naar de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en de conclusie van Advocaat-generaal Machielse, waarin wordt benadrukt dat het begrip afvalstof samenhangt met de intentie en gedragingen van de houder die zich van de stof ontdoet. Verweerder slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de producent zich van de carbon black had ontdaan, mede omdat relevante verklaringen uit een parallelle strafzaak niet konden worden gebruikt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de opslag van de carbon black niet in strijd was met het bestemmingsplan, aangezien het perceel was bestemd voor warehousing en opslag van grondstoffen. De last onder dwangsom werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering bij bestuursrechtelijke handhaving en het onderscheid tussen afvalstoffen en grondstoffen in milieurechtelijke context.
Uitkomst: De last onder dwangsom wegens opslag van carbon black als afvalstof wordt vernietigd omdat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van een afvalstof.