Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift van 24 januari 2011;
- de mondelinge behandeling van 9 april 2013;
2.De feiten
3.De beoordeling
4.Het verweer
2.De beoordeling
3.De beslissing
[naam],
[erflaatster],
Rechtbank Oost-Brabant
Op 16 mei 2013 heeft de rechtbank Oost-Brabant een beschikking gegeven inzake de benoeming van een vereffenaar voor de nalatenschap van een overleden erflaatster. De verzoekster, dochter van de overledene, had de nalatenschap beneficiair aanvaard en vorderde de benoeming van een vereffenaar om de afwikkeling te bespoedigen, mede vanwege gebrek aan adequate informatieverstrekking door de stichting die erfgenaam is.
De nalatenschap betrof onder meer een nog niet afgewikkelde nalatenschap van een eerdere erflater, waarbij de waardering van baten, vaststelling van legitieme porties en successieaangifte niet hadden plaatsgevonden. De stichting was benoemd tot enig erfgenaam en had twee bestuursleden die gezamenlijk bevoegd zijn. De verzoekster en de stichting stonden op gespannen voet.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de relevante personen zijn gehoord of opgeroepen en dat er geen bezwaar bestaat tegen de benoeming van een vereffenaar. Verweerders waren niet altijd goed bereikbaar, maar uiteindelijk werd medewerking verleend. De rechtbank achtte de benoeming van een vereffenaar aangewezen en benoemde een notaris als vereffenaar.
De kosten van de procedure en van de vereffenaar worden, indien voldoende baten aanwezig zijn, ten laste van de boedel gebracht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de vereffenaar moet de benoeming inschrijven in het boedelregister en bekendmaken in de Staatscourant en het Brabants Dagblad.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een notaris tot vereffenaar van de nalatenschap en bepaalt dat de kosten ten laste van de boedel komen.