Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 april 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 10 september 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- dat zijn dienstverband met Rabobank is beëindigd als gevolg van de mededeling van Van [gedaagde] aan Rabobank Nederland dat er bij Rabobank een (ex-)werknemer van Van [gedaagde] werkzaam was, dat Van [gedaagde] deze (ex-)werknemer op staande voet had ontslagen vanwege voor Van [gedaagde] onacceptabele gedragingen en dat er daarover een bodemprocedure liep bij de kantonrechter;
- dat Rabobank het dienstverband met [eiser] na afloop van de arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar zou hebben voortgezet tot aan de pensioengerechtigde leeftijd van [eiser];
27 november 2013voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwillen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen,
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden december 2013 tot en met februari 2014 direct moet opgeven, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,