ECLI:NL:RBOBR:2013:6186
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke veroordeling wegens mensenhandel door vervoer van prostituees naar Duitsland
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan mensenhandel, specifiek het medenemen van vrouwen met het oogmerk hen in Duitsland als prostituee te laten werken. Verdachte vervoerde gedurende de periode van 2 februari 2012 tot en met 28 maart 2013 meerdere vrouwen vanuit Nederland naar clubs in Duitsland, waarbij geen sprake was van dwang of beïnvloeding, maar het oogmerk was gericht op het beschikbaar stellen van deze vrouwen voor seksuele handelingen tegen betaling.
De verdediging stelde dat het vervoer op vrijwillige basis plaatsvond en dat verdachte geen actieve handelingen had verricht die kwalificeerden als aanwerven of medenemen. De rechtbank verwierp het verweer voor zover het ging om medenemen, maar achtte het aanwerven niet bewezen. De rechtbank oordeelde dat enige mate van dwang niet vereist is voor het delict zoals omschreven in artikel 273f Sr.
De straf werd gematigd tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege het ontbreken van financieel gewin en het feit dat verdachte open was over zijn handelen. De rechtbank vond dat de straf voldoende de ernst van het feit weerspiegelt en dat een lichtere straf niet passend zou zijn.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens mensenhandel.