ECLI:NL:RBOBR:2013:5861
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.P.M. Valckx
- J.W.H. Renneberg
- W.A.F. Damen
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor niet melden van voorgenomen bodemhandelingen volgens Wet bodembescherming
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak tegen een rechtspersoon die ervan werd verdacht niet tijdig melding te hebben gedaan van voorgenomen graaf- en ontgrondingswerkzaamheden op een locatie te Boxtel, in strijd met artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming.
Na meerdere zittingen en uitgebreid onderzoek, waaronder bodemonderzoekrapporten en getuigenverklaringen, oordeelde de rechtbank dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte zelf de ontgrondingswerkzaamheden had uitgevoerd, maar wel dat zij als eigenaar en opdrachtgever gehouden was de melding te doen. De verdediging voerde onder meer aan dat de meldplicht niet bij verdachte lag en dat sprake was van een uitzondering op de meldplicht, maar deze argumenten werden verworpen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte de meldplicht had geschonden door het niet tijdig melden van de werkzaamheden die de bodemverontreiniging konden verminderen of verplaatsen. De rechtbank sprak verdachte vrij van een tweede feit dat betrekking had op het uitvoeren van de ontgrondingswerkzaamheden zelf. Gelet op de ernst van de overtreding, de maatschappelijke positie van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, legde de rechtbank een geldboete van €3.600 op.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €3.600 voor het niet tijdig melden van bodemwerkzaamheden.