ECLI:NL:RBOBR:2013:5860
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.P.M. Valckx
- J.W.H. Renneberg
- W.A.F. Damen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschrift en overtreding Wet bodembescherming
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van valsheid in geschrift en subsidiair overtreding van artikel 16 van Pro de Wet bodembescherming. Het betrof het gebruik van een rapport over bodemonderzoek dat onvolledig was en mogelijk een onjuist beeld gaf van de bodemkwaliteit.
De rechtbank stelde vast dat verdachte een rapport had verstrekt zonder daarin belangrijke onderzoeksresultaten te verwerken, maar dat deze gedragingen niet aan de rechtspersoon konden worden toegerekend. De medewerker die het rapport opstelde had zelfstandig gehandeld zonder dat de rechtspersoon dit gedrag aanvaardde.
De verdediging voerde aan dat het opsporingsonderzoek onvolledig en vooringenomen was, maar de rechtbank verwierp het beroep op niet-ontvankelijkheid en bewijsuitsluiting. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlasteleggingen. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid in rapportages en de strikte criteria voor toerekening van gedragingen aan rechtspersonen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrift en overtreding Wet bodembescherming wegens onvoldoende bewijs en niet-toerekening.