Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[verzoeker],
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 4 september 2013 met 10 producties
- de brief van mr. Ten Have d.d. 25 september 2013 met 3 producties
- de akte houdende eis in reconventie met 23 producties
- de brief van mr. Daniels d.d. 27 september 2013 met een staat van kosten
- de pleitaantekeningen, de aanvullende pleitaantekening i.v.m. eis in reconventie en de aanvullende pleitaantekening m.b.t. artikel 14 van Pro de arbeidsovereenkomst van mr. Daniels
- de pleitnota houdende conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie van mr. Klaseboer
- de mondelinge behandeling
2.De feiten
de voorzieningenrechter: Van den Borne) aangaande deze registratie, komt dit voor rekening en risico van koper”.
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie
In art. 14 van Pro de door [verweerder]overgelegde overeenkomst is het volgende bepaald:
Vooropgesteld wordt dat uit het enkele feit dat [verzoeker]de exploitatie van de merken heeft ondergebracht in de Stichting kan niet worden afgeleid dat daarmee ook de merken aan de Stichting zijn overgedragen. Artikel 2.31 lid 2 sub a BVIE bepaalt namelijk dat de overdracht van een merk, op straffe van nietigheid, schriftelijk moet worden vastgelegd.
4.840,00
6.De beoordeling in reconventie
0,00