Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2013 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren, verweerder
Procesverloop
.
Overwegingen
legeskosten(drempelbedrag in verband met het in behandeling nemen van het verzoek om planschadevergoeding), blijkens de zich in het dossier bevindende factuur van 8 september 2009 bedragende € 300,-.
verleturenin de primaire fase (vanwege de taxatie door [bedrijf A]), de taxatie van [bedrijf B], de hoorzitting bij [bedrijf A] en de besprekingen met mr. Sleegers) en
reiskostenvoor de hoorzitting in Eindhoven bij [bedrijf A] en vergoeding van reiskosten voor de besprekingen met mr. Sleegers in de primaire fase.
niette worden verstaan de kosten van de ingeschakelde deskundige en de kosten van rechtsbijstand die de aanvrager met betrekking tot de indiening van de aanvraag c.q. ten behoeve van de aanvraag heeft gemaakt.
welte worden verstaan de kosten die de aanvrager maakt vanaf het moment dat de door verweerder ingeschakelde deskundige een conceptadvies dan wel advies over de aanvraag aan verweerder heeft uitgebracht tot het moment dat verweerder op de aanvraag een besluit heeft genomen waartegen rechtsmiddelen kunnen worden ingesteld.
reiskostenten behoeve van de zitting van de rechtbank van 25 maart 2013, op grond van artikel 1 aanhef Pro, onder c juncto artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank kent eiser een reiskostenvergoeding toe van € 26,88 welke als volgt is opgebouwd: Treinreis van Weert naar ’s Hertogenbosch, 2e klas, 2 x € 10,20 (heen en terug). Busreis van Someren naar Weert, 2 x € 3,24 (heen en terug).
verletkostenvanwege het bijwonen van de zitting bij de rechtbank te ’s-Hertogenbosch op 25 maart 2013.
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit voor zover de gevraagde vergoeding van de kosten van [bedrijf B] is afgewezen en bepaalt dat een bedrag van € 681,16 voor vergoeding in aanmerking komt en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.995,73;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 152,- aan eiser te vergoeden.