Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
‘(…) als degene die voornemens was grond of baggerspecie toe te passen in een bouwput (…), niet (…) de kwaliteit van de grond of baggerspecie (…) heeft laten vaststellen’. Deze omschrijving van het verwijt sluit aan bij de hiervoor aangehaalde bepaling uit de Wet Bodembescherming. Dit verwijt wordt vervolgens als volgt in de tenlastelegging verfeitelijkt:
‘immers werd een hoeveelheid grond, zonder dat de kwaliteit ervan bekend was en/of was onderzocht, tussen en/of in en/of rondom de funderings(vakken) toegepast’.