Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.[gevoegde partij 1],
[gevoegde partij 2],
4.[gevoegde partij 4],
[gevoegde partij 5],
[gevoegde partij 6],
[gevoegde partij 7],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 oktober 2012
- de voeging in het geding door [gevoegde partij 1], [gevoegde partij 2], [gevoegde partij 4], [gevoegde partij 5], [gevoegde partij 6] en [gevoegde partij 7]
- de conclusie van antwoord van [gevoegde partij 1] en [gevoegde partij 2]
- de akte tot referte van [gevoegde partij 4], [gevoegde partij 5], [gevoegde partij 6] en [gevoegde partij 7]
- het proces-verbaal van comparitie van 7 februari 2013.
2.De feiten
- directievoorzitter:
- de heer [A] van 1 februari 2003 tot 19 april 2004
- [gevoegde partij 1] van 19 april 2004 tot 31 juli 2006
- [gevoegde partij 2] van 31 juli 2006 tot 31 januari 2007
- algemeen directeur: mevrouw[B] van 1 februari 2007 tot heden
- directeur beheer: [gedaagde 1] van 1 januari 2003 tot 1 oktober 2008
- directeur inhoudelijk beleid: mevrouw [C] van 1 januari 2003 tot 31 december 2004
3.Het geschil
4.De beoordeling
- explootkosten € 0,00
- griffierecht 260,00
- getuigenkosten 0,00
- deskundigen 0,00
- overige kosten 0,00
- salaris advocaat
- dagvaarding € 79,16
- overige explootkosten 0,00
- griffierecht 560,00
- getuigenkosten 0,00
- deskundigen 0,00
- overige kosten 0,00
- salaris advocaat