Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
My Guide (Nederland) BV, gevestigd te Haarlem
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 oktober 2012 (hierna ook: TsVs)
- de akte uitlaten van Curator
- de antwoordakte uitlaten van [gedaagde].
2.De verdere beoordeling
[gedaagde]heeft bij zijn uitlating:
D Group-arrest (HR 18-03-2011, LJN BP1408), dat hij ziet als een ‘
acte éclairé’ het antwoord kan worden afgeleid, in die zin dat in een dergelijk geval artikel 2:11 BW Pro niet van toepassing is;
D Group-arrest, is niet het geval. De feiten in die zaak lagen anders, zoals de rechtbank al aangaf (TsVs, 4.1). Dáár ging het om de rechtsverhouding tussen buitenlandse 2e-graads bestuurders van 1e-graads Nederlandse besturende vennootschappen; in de onderhavige zaak gaat het om bestuurders van buitenlandse 1e-graads bestuurders en de vraag of artikel 2:11 BW Pro zich rechtstreeks tot hen richt.
D Group-arrest, steun gezocht bij de rechtsgeleerde annotator van het tussenvonnis (JOR 2013/3). Maar hij gaat er daarbij aan voorbij dat ook deze schrijft:
D Group-arrest berechte casus feitelijk een slag anders ligt dan in het onderhavige geval;
D Group-arrest de oplossingsrichting wel gegeven is,
D Group-arrest gaat.
D-Grouparrest bij partijen mogelijk kunnen zijn veroorzaakt doordat in het tussenvonnis abusievelijk als citaat van het arrest zelf, onderdeel 2.5 van de conclusie van A-G Vlas is genoemd. Het juiste citaat van het arrest waarop de beslissing van de rechtbank in dit vonnis en het tussenvonnis van 24 oktober 2012 is gegrond, luidt: (r.o. 4.1.3):
2.De feiten
3.Het geschil
Rb: hier art. 2:248 BW Pro) kan worden aangemerkt als een regel van bijzonder dwingend recht in internationaal privaatrechtelijke zin, die uit zijn aard ook op buitenlandse vennootschappen kan worden toegepast”.
4.De beoordeling
D Group)
3.De beslissing
2 oktober 2013.