ECLI:NL:RBOBR:2013:2711
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking ontheffing sluitingsuur horeca
Verzoekster exploiteert een stadscafé en kreeg een ontheffing voor verruimde sluitingstijden, die op 15 mei 2013 door verweerder voor drie maanden werd ingetrokken wegens overtreding van de voorschriften. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster de voorschriften inderdaad had overtreden, ondanks betwisting van de exacte aantallen aanwezigen. Het beleid van verweerder, dat onmiddellijke intrekking bij overtreding voorschrijft, werd slechts marginaal getoetst en bleek niet kennelijk onredelijk. Verzoekster voerde ook een beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de financiële en persoonlijke omstandigheden niet als bijzondere omstandigheden konden worden aangemerkt die afwijking rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder het belang van handhaving adequaat heeft afgewogen tegen de belangen van horecaondernemers en dat de intrekking van de ontheffing terecht is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de ontheffing sluitingsuur wordt afgewezen.