ECLI:NL:RBNNE:2026:967
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen woningsluiting wegens bezit handelshoeveelheden drugs
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Coevorden om zijn woning te sluiten vanwege het bezit van handelshoeveelheden drugs. Het oorspronkelijke besluit tot woningsluiting werd genomen op 27 augustus 2024, met een sluitingsperiode van zes maanden vanaf 16 september 2024. Eiser maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening, waarna de voorzieningenrechter het besluit op 11 september 2024 terugzond voor heroverweging en betere motivering.
Het gewijzigde besluit van 23 januari 2025 handhaafde de sluiting met ingang van 30 januari 2025 tot 16 maart 2025. Eiser stelde opnieuw beroep in en vroeg een voorlopige voorziening, die op 5 maart 2025 werd toegewezen, waardoor de werking van het besluit werd geschorst tot uitspraak op het beroep. De rechtbank behandelde het beroep op 11 maart 2026, waarbij verweerder afwezig was.
De rechtbank stelde vast dat de woningsluiting uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden, waardoor eiser geen actueel procesbelang heeft om het beroep voort te zetten. Omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom er toch procesbelang zou zijn, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel oordeelde de rechtbank dat verweerder het griffierecht en de proceskosten van eiser moet vergoeden, omdat het bestreden besluit nadrukkelijker had kunnen worden ingetrokken. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 934,-, gebaseerd op twee proceshandelingen met een factor 0,5 vanwege de eenvoudige aard van de zaak.
Uitkomst: Het beroep tegen de woningsluiting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel procesbelang; verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.