ECLI:NL:RBNNE:2026:91

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
25/3204
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om handhaving bij pluimveehouderij wegens niet-vergunde droogfilterwanden

In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, gedateerd 16 januari 2026, wordt het beroep van eiser ongegrond verklaard. Eiser had verzocht om handhaving tegen de pluimveehouderij omdat deze niet de vergunde Freshlight Agri lampen had geplaatst, maar droogfilterwanden. De rechtbank oordeelt dat het college van burgemeester en wethouders terecht heeft afgezien van handhaving. Eiser had op 21 juni 2024 handhaving verzocht, maar het college wees dit verzoek af op 23 januari 2025. Eiser was het hier niet mee eens en stelde beroep in. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiser en concludeert dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat handhaving onevenredig was, gezien er een aanvraag voor legalisering van de droogfilterwanden was ingediend. De rechtbank stelt vast dat de situatie met de droogfilterwanden niet minder fijnstofemissie oplevert dan de vergunde situatie met de Freshlight Agri lampen, maar dat er geen beletselen zijn voor het verlenen van de gevraagde vergunning. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep wordt afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van handhaving, maar ook de mogelijkheid van legalisering in bijzondere gevallen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/3204

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. M.E.W.M. Rupert),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn

(gemachtigden: mr. H. Leijten en mr. R.T. Hekman).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Maatschap [naam]uit [woonplaats] (vergunninghouder)
(gemachtigde: mr. ing. B.M. Brandenburg-Stroo).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek om handhaving over het ontbreken van Freshlight Agri lampen bij de pluimveehouderij van vergunninghouder aan de [adres] in [woonplaats]. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek om handhaving. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht heeft afgezien van handhaving
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het college heeft eisers verzoek om handhavend op te treden op 23 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van het handhavingsverzoek gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Derde heeft ook gereageerd op het beroepschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser met zijn gemachtigde, de gemachtigden van het college en de gemachtigde van vergunninghouder met [naam] en [naam].
2.4.
De rechtbank heeft op 24 september 2025 ook het beroep van eiser met zaaknummer LEE 24/2953 behandeld. De rechtbank doet apart uitspraak op dat beroep.

Beoordeling door de rechtbank

Hoe is het besluit tot stand gekomen?
3. Het college heeft op 7 december 2021 een omgevingsvergunning verleend aan vergunninghouder voor aanpassingen bij de veehouderij aan de [adres] in [woonplaats]. De vergunning is verleend voor het toepassen van een ander stalsysteem met additionele technieken in de bestaande stal, het plaatsen van een tweede pluimveestal, het vergroten van de werktuigenberging en een mestopslag.
Er is vergunning verleend voor
stal
rav
systeem
aantal
AmmoniakNH3/
dierpl/
jr
totaal
kg NH3/jr
GeurOU/
sec/
dier
totaal
geur
units
Fijnstofgr/
dier/
jr
totaal
gr
jr
C
E2.11.2.1 + E7.10 + E7.15
Legkippen en ouderdieren van legrassen. Volierehuisvesting 44-55% roostervloer en Freshlight Agri lampen met 31% fijnstofreductie
9.5
0,044
418,0
0,34
3.23
35,75
339.625
D
E2.11.2.1 + E7.10 + E7.15
Legkippen en ouderdieren van legrassen. Volierehuisvesting 44-55% roostervloer en Freshlight Agri lampen met 31% fijnstofreductie
10.827
0,044
476,4
0,34
3.681,2
35,75
387.065
20.327
972,4
6.911,18
727.986
3.1.
Eiser heeft op 21 juni 2024 het college verzocht om handhavend op te treden omdat in de omgevingsvergunning Freshlight Agri lampen zijn voorgeschreven maar deze niet gerealiseerd zijn.
3.2.
Het college heeft het verzoek om handhaving op 23 januari 2025 afgewezen omdat in de stal droogunitfilters zijn geïnstalleerd die zorgen voor een betere (bovenwettelijke) fijnstofreductie dan de Freshlight Agri lampen.
3.3.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
3.4.
Het college heeft het bezwaar op 7 augustus 2025 ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten met een aangepaste motivering. Volgens het college is er in de geconstateerde situatie toch geen sprake van minder fijnstofemissie dan in de vergunde situatie maar biologische bedrijven hoeven niet aan de emissie-eisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving te voldoen. Bovendien voldoet het bedrijf in de praktijk wel aan de maximale emissiewaarde voor fijnstof per dierplaats per jaar. Het college is verder in afwachting van een aanvulling op de ingediende aanvraag voor een wijzigingsvergunning. Hoewel er sprake is van een niet vergunde situatie zou handhavend optreden onevenredig zijn omdat er geen reden is om aan te nemen dat de gerealiseerde bedrijfsvoering niet vergund kan worden en het verzoek betrekking heeft op een bedrijf waar geen fijnstofemissie-eisen gelden.
3.5.
Eiser heeft hiertegen een beroepsschrift gestuurd aan het college.
3.6.
Het college heeft het beroep doorgestuurd naar de rechtbank.
Moest het college handhavend optreden?
4. Eiser voert aan dat het bestreden besluit is gebaseerd op foutieve cijfers. Droogfilters hebben een hogere ammoniakuitstoot welke in de weg staat aan legalisering. Uit een via een beroep op de Wet open overheid verkregen rapport van Van Westrenen blijkt dat de ammoniakuitstoot van droogfilters significant hoger is dan is opgenomen in de rapportage in de bezwaarprocedure. Eiser verzoekt de rechtbank om de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke ordening (STAB) in te schakelen in verband met de discussie over ammoniakuitstoot en fijnstofemissie.
5. De rechtbank stelt vast dat niet ter discussie staat dat anders dan vergund, niet de Freshlight Agri lampen maar droogfilterwanden zijn aangebracht. Ook staat niet ter discussie dat voor het aanbrengen van droogfilterwanden een omgevingsvergunning nodig is en deze (tot op heden) niet is verleend. Ook heeft het college in het bestreden besluit onderkend dat in de gerealiseerde situatie met droogfilterwanden, anders dan het college in het primaire besluit stelde, toch geen sprake is van minder fijnstofemissie dan in de vergunde situatie met Freshlight Agri lampen. Gelet daarop is sprake van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, sub 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
6. Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, zal bij een overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Handhavend optreden is alleen onevenredig als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere omstandigheden van het concrete geval kunnen leiden tot het oordeel dat er een bijzonder geval is. Andere redenen om van handhavend optreden af te zien kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij een schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. [1]
6.1.
De rechtbank overweegt dat er een omgevingsvergunning voor het plaatsen van droogfilterwanden is aangevraagd. Het college is bereid de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Volgens rechtspraak van de Afdeling is voor concreet zicht op legalisatie vereist dat een vergunningaanvraag strekkende tot legalisatie van de illegale situatie is ingediend die volgens het bevoegd gezag voldoende gegevens bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de inrichting voor het milieu en dat het bevoegd gezag geen beletselen ziet voor verlening van de gevraagde vergunning. [2] Hetgeen eiser daartegen ingebracht heeft is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende te concluderen dat daarvan geen sprake is. De rechtbank licht dat hierna toe.
6.1.1.
Eiser heeft aangevoerd dat uit een rapportage van de adviseur van vergunninghouder, Van Westrenen, blijkt dat de ammoniakemissie hoger is dan in het rapport van Van Westrenen, dat bij de aanvraag is gevoegd, is aangegeven. Eiser heeft twee rapporten van Van Westrenen overgelegd die beiden de titel “Toelichting Wijziging MBA Veehouderij Bal activiteit milieu + Mer aanmeldnotitie” hebben. Allebei de rapporten zijn van 23 april 2025, zien op de aanvraag van 13 mei 2025, zijn een definitieve versie 2 en hebben het kenmerk 007015-95554. In één van de rapporten (productie drie bij het beroepschrift) is opgenomen dat de totale ammoniak emissie van beide stallen samen 894,388 KG NH3 is. In het rapport dat als productie vier bij het beroepsschrift is gevoegd, is opgenomen dat de totale ammoniak emissie van beide stallen samen 1117,985 KG NH3 is. Eiser heeft het rapport dat als productie vier bij het beroepschrift zit, via een beroep op de Wet open overheid verkregen terwijl in de bezwaarprocedure is uitgegaan van het rapport dat als productie drie bij het beroepschrift zit.
6.1.2.
Op de zitting heeft het college toegelicht dat de medewerker van Van Westrenen eerst productie vier heeft ingevoerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) als bijlage bij de aanvraag, maar diezelfde dag in de middag nog productie drie heeft ingevoerd in het DSO ter vervanging van productie vier. Volgens het college is productie drie de juiste bij de aanvraag om legalisering behorende rapportage. Het college heeft bij het beoordelen van de vergunbaarheid van de aanvraag, ook gerekend met de gegevens uit productie drie. De tabel in het bestreden besluit, komt overeen met de tabel in het rapport van Van Westrenen die als productie drie bij het beroepschrift zit.
6.2.
Eiser heeft verder niet gemotiveerd waarom de aangevraagde vergunning voor de gerealiseerde droogfilterwanden niet vergunbaar zou zijn.
6.3.
De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd, geen aanleiding om de STAB in te schakelen.
6.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op het moment van besluitvorming, handhaving onevenredig was omdat er een aanvraag ter legalisering lag en er geen reden was om aan te nemen dat de bedrijfsvoering niet vergund kan worden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht van handhaving vanwege het plaatsen van droogfilterwanden zonder omgevingsvergunning heeft afgezien. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van mr. S. G. Steenbergen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage wet- en regelgeving

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
(…)
e. 1
°. het oprichten,
2°. het veranderen of veranderen van de werking of

.het in werking hebben
van een inrichting of mijnbouwwerk,
(..)

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678.