ECLI:NL:RBNNE:2026:905
Rechtbank Noord-Nederland
- Conservatoire maatregel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement met één referentiewoning als onderbouwing
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €288.000 voor zijn appartement per waardepeildatum 1 januari 2022. Hij voerde aan dat de heffingsambtenaar onvoldoende had gemotiveerd waarom het voorzieningenniveau werd verhoogd en dat de gebruikte referentiewoning niet vergelijkbaar was. Ook stelde hij dat de heffingsambtenaar niet had gereageerd op door hem aangedragen referentieobjecten.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar in zijn bewijslast was geslaagd. De gebruikte referentiewoning was bij uitstek vergelijkbaar: beide appartementen waren uit 1990, gelegen op vergelijkbare verdiepingen, en de heffingsambtenaar had het voorzieningenniveau van het appartement terecht als bovengemiddeld beoordeeld. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar vrij was in de keuze van referentieobjecten en niet verplicht was de door eiser aangedragen objecten te betrekken.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat de liggingswaarde onduidelijk was, aangezien deze gelijk was voor beide woningen en relatief gering in verhouding tot de totale waarde. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde gehandhaafd bleef en eiser geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €288.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.