ECLI:NL:RBNNE:2026:874

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
11556706 CV EXPL 25-933
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWAfdeling 6.5.3 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing vordering wegens onvoldoende naleving informatieplichten door Budget Thuis

Budget Thuis vordert betaling van een factuur van €928,44 van [gedaagde]. De kantonrechter stelde Budget Thuis in een tussenvonnis in de gelegenheid om leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces te overleggen om te toetsen of aan de informatieplichten was voldaan. Budget Thuis heeft dit tweemaal gedaan, maar de stukken waren onvoldoende of onleesbaar.

Hierdoor kon de rechter niet vaststellen of alle essentiële informatieplichten waren nageleefd. Op grond van de sanctierichtlijn informatieplichten wordt de hoofdsom daarom met 60% verminderd, zodat €371,38 wordt toegewezen. De subsidiaire vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling worden afgewezen omdat de consument effectieve rechtsbescherming moet krijgen bij schending van informatieplichten.

Budget Thuis vordert ook buitengerechtelijke incassokosten van 15% van het factuurbedrag, maar het beding hierover is oneerlijk en wordt vernietigd. De incassokosten worden daarom afgewezen. De reeds verschenen wettelijke rente wordt afgewezen omdat die is berekend over het te hoge bedrag, maar de verder gevorderde wettelijke rente over het toegewezen bedrag wordt toegewezen.

[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van €371,38 plus wettelijke rente vanaf 13 februari 2025 en tot betaling van proceskosten van €386,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De vordering van Budget Thuis wordt gedeeltelijk toegewezen met een vermindering van 60% wegens onvoldoende naleving van informatieplichten; incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijk beding.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11556706 CV EXPL 25-933
Vonnis van 17 maart 2026
in de zaak van
BUDGET THUIS B.V., H.O.D.N. BUDGETENERGIE,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Budget Thuis,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De (verdere) procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van
19 augustus 2025. Bij dit vonnis is Budget Thuis kort gezegd in de gelegenheid gesteld om alsnog leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces in het geding te brengen, zodat kan worden getoetst of aan de toepasselijke informatieplichten is voldaan. Budget Thuis heeft daarna op 2 september 2025 (wederom) schermafbeeldingen van het aanmeldproces overgelegd.
1.2.
Ten slotte is (nader) vonnis bepaald.

2.De beoordeling

De hoofdsom wordt verminderd met 60%
2.1.
Budget Thuis is door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om alsnog leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces in het geding te brengen. Bij akte van
2 september 2025 heeft Budget Thuis opnieuw schermafbeeldingen overgelegd. De kantonrechter constateert dat ook deze schermafbeeldingen onvoldoende of niet leesbaar zijn. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of alle toepasselijke (essentiële) informatieplichten zijn nageleefd. Bij deze stand van zaken zal de kantonrechter aansluiting zoeken bij de sanctierichtlijn en de hoofdsom gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de betalingsverplichting van [gedaagde] wordt verminderd met 60%. [1] Dat betekent dat aan hoofdsom een bedrag van € 371,38 (40% van € 928,44) toewijsbaar is, nu dit deel van de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling slagen niet
2.2.
Budget Thuis heeft zich subsidiair en meer subsidiair gebaseerd op - zo begrijpt de kantonrechter - ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling. Zij stelt bij (gedeeltelijke) vernietiging van de overeenkomst dat [gedaagde] , nu de levering niet ongedaan kan worden gemaakt, verplicht is om de waarde van de energie terug te betalen als vergoeding, die gelijk is aan de (gehele) factuurbedragen.
2.3.
De kantonrechter volgt deze stelling niet. Zoals hiervoor overwogen, heeft
Budget Thuis - nu de kantonrechter niet kan vaststellen of alle toepasselijke (essentiële) informatieplichten zijn nageleefd vanwege het door Budget Thuis tot tweemaal toe overleggen van onvoldoende of onleesbare stukken - haar informatieverplichting geschonden. Daaraan dient de rechter volgens het Hof van Justitie en de Hoge Raad gevolgen te verbinden die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Indien de consument bij schending van de informatieplicht toch volledige betaling verschuldigd zou zijn, zij het op een andere rechtsgrond dan de contractuele, dan zou de consument niet effectief worden beschermd. Het beroep op ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling kan daarom, in het licht van de regels van consumentenbescherming, niet slagen.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen
2.4.
Budget Thuis vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Onder het kopje ‘Betaling’ van de overeenkomst staat het volgende beding: ‘
Betaalt u te laat? Dan sturen we u een herinnering. Voor elke factuur die niet binnen de herinneringstermijn van veertien dagen is betaald, brengen wij incassokosten in rekening. Het gaat dan om incassokosten van 15% van het factuurbedrag met een minimum van € 40,-’. Dit beding kan ertoe leiden dat [gedaagde] meer kosten moet vergoeden aan Budget Thuis dan hij wettelijk verschuldigd is, omdat het percentage van 15% op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bij hogere bedragen geleidelijk afneemt en dit niet blijkt uit voornoemd beding. Dat maakt het beding naar het oordeel van de kantonrechter oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en van afdeling 6.5.3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), omdat [gedaagde] op grond van deze bepaling (mogelijk) meer dient te betalen dan wettelijk is verplicht en daarmee het evenwicht uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van
[gedaagde] als consument wordt verstoord. Het gevolg van de oneerlijkheid is dat het hiervoor aangehaalde beding wordt vernietigd en niet kan worden teruggevallen op een wettelijke regeling. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden daarom afgewezen.
De reeds verschenen rente wordt afgewezen, de verder gevorderde rente wordt toegewezen
2.5.
De gevorderde reeds verschenen wettelijke rente van € 87,25 zal worden afgewezen, omdat dit is gebaseerd op een hoger bedrag dan de toewijsbare hoofdsom. De (verder) gevorderde en niet bestreden wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom, zoals hierna in de beslissing is vermeld.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, met dien verstande dat, nu de vordering slechts voor een deel wordt toegewezen, de proceskosten zullen worden bepaald op basis van het toegewezen bedrag. De proceskosten van Budget Thuis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
87,00
(1 punt × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
386,28
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Budget Thuis te betalen € 371,38, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 13 februari 2025 tot de dag van de volledige voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 386,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
3.4.
verklaart dit vonnis - tot zover - uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Bootsma en in het openbaar uitgesproken op
17 maart 2026.
36575

Voetnoten

1.Aansluitend bij de tijdens het tussenvonnis geldende Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten, versie van 6 februari 2025.