Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.Het standpunt van de rechter
4.De beoordeling
5.De beslissing
- de verzoekster;
- de betrokken partij(en).
Rechtbank Noord-Nederland
De verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. P.G. Wijtsma, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, vanwege vermeende partijdigheid gerelateerd aan diens relatiesfeer. Het verzoek werd mondeling ingediend en schriftelijk beantwoord door de rechter.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek getoetst aan artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Hierbij geldt de uitgangspositie dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De rechtbank concludeert dat de verzoekster geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoekster is onvoldoende. Daarom verklaart de rechtbank het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond en wordt de procedure voortgezet zoals die was voor het verzoek.
De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland op 18 maart 2026 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter P.G. Wijtsma is kennelijk ongegrond verklaard en de procedures worden voortgezet.