Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:872

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
18.211218.23
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bedreiging en psychische mishandeling

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 maart 2026 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bedreiging en (psychische) mishandeling van meerdere slachtoffers over een periode van 2017 tot 2022.

De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier voorwaardelijk, gebaseerd op verklaringen van slachtoffers en getuigen. De verdediging betoogde dat deze verklaringen onbetrouwbaar waren.

De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende concreet waren over tijd, plaats en context, mede door de lange periode waarover de feiten zouden hebben plaatsgevonden. Ook ontbrak objectief bewijs zoals medische rapporten of fotomateriaal. WhatsApp-berichten toonden zelfs contra-indicaties.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter. De benadeelden dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende concreet en overtuigend bewijs van bedreiging en psychische mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.211218.23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 maart 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.D. Nijenhuis, advocaat te Leeuwarden.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Hof.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1. ​
hij meermalen, althans eenmaal in of omstreeks de periode van 16 augustus 2018 tot en met 22 februari 2022 te Groningen en/of te Leeuwarden, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd (telkens) met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door (zakelijk/kort weergegeven) in genoemde periode
  • tegen [slachtoffer 1] te zeggen dat hij een molotovcoctail op haar huis zou gooien en/of
  • ( meermalen) tegen [slachtoffer 2] te zeggen dat verdachte hem zal vermoorden als [slachtoffer 2] 18 jaar zou worden,
althans (telkens) een of meer woorden van dreigende aard en/of strekking tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gebruiken;
hij in of omstreeks de periode van 19 februari 2017 tot en met 22 februari 2022 te Groningen en/of te Leeuwarden, in elk geval in Nederland,
  • zijn kind(eren), [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , (fysiek) heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal te slaan en/of
  • [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] , (een) kind(eren) waarover hij gezag uitoefent of (een) kind(eren) dat/die hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin of aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, (psychisch) heeft mishandeld door
de Playstation en/of een of meer andere huisraad kapot te maken en/of te dreigen hun/haar/zijn knuffel(s) te kapot te snijden/maken en/of
te dreigen moeder en/of broertje(s) te slaan en/of
in huis hen/haar/hem toe te schreeuwen en/of te schelden en/of te kleineren
waardoor de (geestelijke) gezondheid van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk is benadeeld.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feiten 1 en 2, met uitzondering van het onder 2 ten laste gelegde gedachtestreepje betreffende het dreigen moeder en de broertjes te slaan, tot een gevangenisstraf van acht maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Voor het onder 1 ten laste gelegde is voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de bedreigingen van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ).
Voor wat betreft de bedreiging van [slachtoffer 1] worden de aangifte van [slachtoffer 1] en haar verklaring bij de rechter-commissaris ondersteund door de getuigenverklaringen van [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ). Hoewel verdachte het dreigen ontkent, worden de aangifte en de verklaring bij de rechter-commissaris ook ondersteund door de bevestiging van verdachte ten aanzien van de context waarin de bedreiging zou zijn geuit.
Voor wat betreft de bedreiging van [slachtoffer 2] vinden de verklaringen van [slachtoffer 2] ondersteuning in de latere getuigenverklaring van [slachtoffer 5] . Tevens heeft verdachte aan getuige [getuige 1] toegegeven (hetgeen ook blijkt uit een documentatieverslag) dat hij bedreigingen heeft geuit naar de
oudste twee kinderen om zijn jongste twee kinderen tegen hen te beschermen. Verder volgt uit de (getuigen)verklaringen van [slachtoffer 1] en getuige [getuige 2] dat zij van [slachtoffer 2] hebben gehoord over de bedreiging.
Voor het onder 2 ten laste gelegde is eveneens voldoende wettig en overtuigend bewijs.
Het ten laste gelegde meermalen slaan van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] wordt ondersteund door de verklaringen van [slachtoffer 1] (zowel bij de politie als de rechter-commissaris), de getuigenverklaring van [slachtoffer 5] en de latere getuigenverklaring van [slachtoffer 2] .
Aangaande de psychische mishandeling het kapotmaken van de PlayStation en andere spullen (waaronder die) van de kinderen, het dreigen knuffels kapot te maken en het schreeuwen, schelden en kleineren van de aan verdachtes zorg toevertrouwde kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] , worden specifieke incidenten ondersteund door de aangifte van [slachtoffer 1] , de getuigenverklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en hun handgeschreven brieven. Daarnaast is daarvoor ondersteunend bewijs te vinden in de verklaringen van getuigen [getuige 3] en [getuige 2] . Ook heeft verdachte verklaard over het terugpakken van de PlayStation, die volgens hem van hemzelf was.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feiten 1 en 2. De aangifte (van [slachtoffer 1] ) en de getuigenverklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] zijn onbetrouwbaar, aldus de raadsman.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van feiten 1 en 2
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] en getuigen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] ten aanzien van zowel het onder 1 als het onder 2 ten laste gelegde te weinig concreet zijn. Hoewel uit het dossier blijkt dat over de tenlastegelegde handelingen wel wordt verklaard door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] , kan op basis van deze verklaringen onvoldoende worden bepaald wanneer, op welke plaats en/of binnen welke context de gedragingen van verdachte (telkens) zouden hebben plaatsgevonden. Dit geldt temeer, nu zowel de onder 1 als de onder 2 tenlastegelegde periode een ruime periode van meerdere jaren betreft.
Daarnaast zijn andere dan de vorenbedoelde getuigenverklaringen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet. Hierdoor bieden zij onvoldoende aanknopingspunten om als steunbewijs te kunnen dienen. In deze verklaringen wordt veelal in het algemeen gesproken over (strafbare) handelingen die verdachte zou hebben gepleegd en hieruit volgt (ook) niet wanneer, waar en in welke context de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten zouden zijn gepleegd. Bovendien zijn deze verklaringen, voor zover zij betrekking hebben op de aan verdachte tenlastegelegde gedragingen, afkomstig uit dezelfde bron, namelijk van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] . Dergelijke
de auditu-verklaringen leveren naar vaste jurisprudentie op zichzelf niet voldoende steunbewijs op.
Tevens is ter ondersteuning van deze verklaringen geen objectief bewijs, bijvoorbeeld in de vorm van medische informatie of fotomateriaal, beschikbaar. De toegevoegde videobestanden en geluidsfragmenten
zijn ontoereikend om als ondersteunend bewijs te kunnen gebruiken, aangezien hiervan datumaanduidingen en/of contexten ontbreken.
Daarbij komt dat uit (passages van) de overgelegde whatsappberichten tussen [slachtoffer 1] en verdachte contra-indicaties volgen dat verdachte bedreigende teksten zou hebben geuit dan wel de kinderen (psychisch) zou hebben mishandeld. Uit deze berichten komt immers een ander beeld naar voren over het gedrag en de houding van verdachte dan het door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] geschetste beeld.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
Ten aanzien van feiten 1 en 2: [slachtoffer 2] , tot een bedrag van 1.500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
Ten aanzien van feit 2: [slachtoffer 5] , tot een bedrag van 1.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
Ten aanzien van feit 2: [slachtoffer 3] , tot een bedrag van 1.250,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
Ten aanzien van feit 2: [slachtoffer 4] , tot een bedrag van 1.250,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
Ten aanzien van feit 1: [slachtoffer 1] , tot een bedrag van 1.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen moeten worden toegewezen, met toepassing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de bepleite integrale vrijspraak, verzocht dat de vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 waaruit de schades van benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] zouden zijn ontstaan niet bewezen. Deze benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

Uitspraak

De rechtbank

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feiten 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Ten aanzien van benadeelde partijen [slachtoffer 2] (feiten 1 en 2), [slachtoffer 5] (feit 2), [slachtoffer 3]
(feit 2), [slachtoffer 4] (feit 2) en [slachtoffer 1] (feit 1):
verklaart de vorderingen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht;
bepaalt dat [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] hun eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Lenting, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. L.M.B. Soppe, rechters, bijgestaan door mr. M. Huiskamp, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 maart 2026.
De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.