ECLI:NL:RBNNE:2026:863

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/18/253842 / KG RK 26/174
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid

In de civiele procedure bij de rechtbank Noord-Nederland heeft mr. C.S. Huizinga, rechter-commissaris in de onderliggende zaak, een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek volgde nadat hij ontdekte dat hij en de verzoekster zich in gemeenschappelijke sociale kringen bevinden, wat de schijn van partijdigheid kan wekken.

De rechter benadrukte dat hij zich tot het moment van ontdekking niet bewust was van deze situatie en dat dit geen invloed had gehad op de procedure. De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder mondelinge behandeling, conform artikel 41 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De kamer oordeelde dat verschoning noodzakelijk is om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen, ook om de schijn van partijdigheid te vermijden. Het verzoek werd daarom toegewezen, waarna de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter in de stand waarin de procedure zich bevond ten tijde van het verzoek.

De beslissing is genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en griffier, en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Verschoningskamer
Locatie Leeuwarden
Zaaknummer: C/18/253842 / KG RK 26/174
beslissing van de meervoudige kamer van 18 maart 2026 op het verzoek tot verschoning van
mr. C.S. Huizinga
rechter in deze rechtbank,
in de zaak van:
[verzoekster]
verzoekster,
gemachtigde: mr. N.E. Koelemaij,
tegen
Stichting Psychologische Vervolgopleidingen c.s.
belanghebbende,
gemachtigde: mr. D. Kuijken.

1.Het procesverloop

1.1.
Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster privaatrecht, locatie Groningen is een zaak aanhangig bekend onder zaaknummer [zaaknummer] .
1.2.
Op 9 maart 2026 heeft mr. C.S. Huizinga (hierna: de rechter) een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2.Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan

2.1.
Aan zijn verschoningsverzoek heeft de rechter het volgende ten grondslag gelegd. In de onderliggende procedure treedt de rechter op als rechter-commissaris en in die hoedanigheid heeft hij op 5 maart 2026 op verzoek van de verzoekster twee getuigen gehoord. Aan het einde van de zitting heeft de advocaat van de verzoekster verzocht om het verhoor nog niet te sluiten en om toestemming te geven voor het horen van een aanvullende derde getuige. De rechter heeft medegedeeld na de zitting een schriftelijke beslissing te zullen nemen op dat verzoek, welke beslissing nog niet is genomen. Op 8 maart 2026 ontdekte de rechter dat de verzoekster en hij zich in gemeenschappelijke sociale kringen bevinden. Teneinde de schijn van partijdigheid te voorkomen, heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend. De rechter heeft benadrukt dat hij zich tot 8 maart 2026 niet bewust was van deze situatie en dat de situatie tot op dat moment geen invloed heeft gehad op de procedure.
2.2.
Uit artikel 41 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
2.3.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
2.4.
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
2.5.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige
omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een
beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor
verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit
betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden
overgenomen.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek tot verschoning van mr. C.S. Huizinga in verband met de behandeling van de zaak geregistreerd onder het zaaknummer [zaaknummer] toe;
3.2.
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de procedure in de zaak met het nummer [zaaknummer] wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning;
3.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
- mr. C.S. Huizinga;
- de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. C.S. Huizinga werkzaam is;
- de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is gegeven op 18 maart 2026 door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.J. Idzenga en mr. I.F. Clement, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Toussaint als griffier.
- de griffier - de voorzitter
Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.