ECLI:NL:RBNNE:2026:829
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarden woning wegens bodemdaling en schade door gaswinning
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning die door de heffingsambtenaar van de gemeente Noardeast-Fryslân voor de jaren 2022 tot en met 2025 werd gewaardeerd op respectievelijk €361.000, €419.000, €444.000 en €459.000. Eiser maakte bezwaar tegen deze waardestellingen vanwege schade aan de woning door bodemdaling als gevolg van gaswinningsactiviteiten en stelde dat de WOZ-waarde bevroren moest worden op het niveau van 2020 (€202.000).
De rechtbank hield zittingen en liet een inpandige opname en taxatierapport uitvoeren. De heffingsambtenaar had in het taxatierapport rekening gehouden met de matige staat van onderhoud en ligging, met een afslag van 25% op de woningwaarde en 10% op de grondwaarde. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentieobjecten vergelijkbaar waren en dat de waarderingsmethode juist was toegepast.
Eiser had echter onvoldoende onderbouwd waarom de voorgestelde verlagingen niet toereikend waren, bijvoorbeeld door het ontbreken van contra-expertise of hersteloffertes. De rechtbank erkende de situatie van eiser maar stelde dat de WOZ-waarde wettelijk jaarlijks moet worden vastgesteld op basis van vergelijkingsmethoden.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarden te hoog waren vastgesteld en stelde deze vast op €280.000 voor 2022, €339.000 voor 2023, €375.000 voor 2024 en €388.000 voor 2025. De beroepen werden gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de WOZ-waarden van de woning en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.