Eiseres is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning met een inpandige garage en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €140.000 per 1 januari 2022. Zij stelt dat de waarde van de inpandige garage te hoog is vastgesteld en dat de staat van de garage gelijk moet worden beoordeeld aan die van de woning.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de KOUDV-factoren voor de woning en garage zijn beoordeeld, waarbij voor de garage andere standaarden gelden dan voor de woning. De inpandige garage is beoordeeld met een percentage van 60% van de gemiddelde prijs per eenheid van de woning, wat volgens de rechtbank een redelijke benadering is.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De beoordeling van de KOUDV-factoren voor de garage wijkt terecht af van die van de woning, en de correcties leiden niet tot een lagere waarde dan de vastgestelde €140.000.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.