Uitspraak
1.De procedure
- de producties van de stichting
- de mondelinge behandeling van 6 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De kern van de zaak
3.De feiten
1.Communicatie richting school
4 september 2025, om
net iets over 08:30 uur, zag ik mevrouw
[gedaagde]samen met
mevrouw [vriendin vader](vriendin van vader) richting mijn kantoor lopen. Nog voordat we het kantoor bereikten, begon mevrouw [gedaagde] op luide toon te uiten dat er volgens haar sprake was van verkeerde communicatie omtrent de documenten die eerder met vader waren meegegeven.
luide, verhitte en dwingende toon, waarbij zij benadrukte dat in de betreffende documenten volgens haar
onjuisthedenwaren opgenomen. Zij stelde dat zowel de school als de leerkracht verantwoordelijk waren voor deze vermeende fouten en
eiste een excuusnamens de leerkracht.
gezaghebbende ouders. Hier geeft mevrouw [gedaagde] terug dat wij ons laten manipuleren. Tevens geef ik aan dat wanneer mevrouw [gedaagde] zich niet aan deze afspraken kan houden, ik genoodzaakt zal zijn andere stappen te ondernemen. Waaronder schorsing van het schoolplein. Mevrouw geeft aan dat ik dat maar moet proberen, want het schoolplein is toch openbaar terrein.
“Wanneer jullie oorlog willen, kun je oorlog krijgen.”. Deze uitspraak wordt gedaan op een luide, felle toon. Ik ben niet bang voor jullie geeft ze ook aan. Daarnaast geeft mevrouw [gedaagde] expliciet aan dat wij dit gesprek waarschijnlijk als
dreigend of intimiderendzullen ervaren, en dat dit haar
niets uitmaakt. (…)
contact met de leerkrachten niet mogelijk en niet wenselijk is.Dit ook in lijn met de veiligheid die ik wil waarborgen in de gehele school. Wanneer zij zich hier niet aan houdt, zie ik mij genoodzaakt om verdere maatregelen te treffen. (…)
“niet alleen ongegrond maar ook als onjuist” verklaart. De stichting schrijft verder: