ECLI:NL:RBNNE:2026:709

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
18-930056-19
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke beëindiging van terbeschikkingstelling met dwangverpleging na opzettelijk brandstichten

De veroordeelde is ter beschikking gesteld wegens opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen. De terbeschikkingstelling met dwangverpleging is sinds 20 januari 2021 van kracht en recent verlengd met één jaar.

De rechtbank heeft het advies van de kliniek en de reclassering betrokken, waarin wordt aangegeven dat de veroordeelde zich positief heeft ontwikkeld, therapieën heeft gevolgd, werk heeft gevonden en gemotiveerd is, ondanks problematiek rond gokgedrag en schulden. De reclassering acht het recidiverisico laag onder adequate begeleiding en toezicht.

De rechtbank oordeelt dat het gevaar voor de veiligheid van anderen voldoende is teruggebracht om de verpleging voorwaardelijk te beëindigen, mits strikte voorwaarden worden nageleefd. De veroordeelde heeft aangegeven de voorwaarden te zullen naleven en heeft dit in het verleden ook laten zien.

De voorwaarden omvatten onder meer meewerken aan reclasseringstoezicht, ambulante behandeling, verbod op middelengebruik en kansspelen, verblijf in begeleid wonen, en openheid over sociale contacten. De rechtbank beëindigt de verpleging van overheidswege onder deze voorwaarden.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt voorwaardelijk de terbeschikkingstelling met dwangverpleging onder strikte voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18-930056-19
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 10 maart 2026 inzake de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde
in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 6 november 2025 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met één jaar. De behandeling van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Aansluitend is het onderzoek gesloten en mondeling uitspraak gedaan. Daarbij heeft de rechtbank de termijn van de terbeschikkingstelling (met verpleging van overheidswege) verlengd met één jaar. De rechtbank heeft het onderzoek heropend voor wat de beslissing inzake de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege betreft. Daartoe is het onderzoek aangehouden voor ten hoogste drie maanden. De
rechtbank heeft de stukken in handen van de officier van justitie gesteld teneinde de reclassering een maatregelenrapport op te laten maken.
De voortgezette behandeling met betrekking tot de beslissing over de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege heeft plaatsgevonden op 24 februari 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen, de officier van justitie mr. L. Potijk,
C.M. Feij , waarnemend hoofd van de kliniek FPK te [plaats] en [reclasseringswerker] , reclasseringswerker.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het aldus opgemaakte maatregelenrapport van de reclassering van 3 februari 2026. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de overige stukken, waaronder het door het (waarnemend) hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies d.d. 24 oktober 2025, van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd en de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 5 januari 2021 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, de veroordeelde wegens opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is, ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De terbeschikkingstelling is aangevangen op 20 januari 2021 en laatstelijk op 12 december 2025 verlengd met één jaar.
Het advies van de instelling
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het rapport van GGZ Drenthe FPK [plaats] van 24 oktober 2025. Het rapport en het advies van de kliniek zijn door de deskundige C.M. Feij ter zitting van 12 december 2025 toegelicht. Ter terechtzitting van 24 februari 2026 heeft de deskundige hier, voor wat betreft de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling, het volgende zakelijk weergegeven aan toegevoegd:
Tijdens de zitting van 12 december 2025 is gesproken over het gokgedrag van veroordeelde. Het gokken door veroordeelde is niet zozeer het probleem. Wij vinden het vooral zorgelijk dat hij er niet open over is geweest, met name gelet op zijn verslavingsgevoeligheid. Het advies van de kliniek van 24 oktober 2025 had een ongelukkige timing omdat de problematiek omtrent het gokken net naar voren was gekomen en er onvoldoende tijd was om dit nader uit te zoeken. Op dit moment kunnen wij ons als kliniek vinden in de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling van veroordeelde.
Het advies van de reclassering
In het maatregelenrapport van de reclassering wordt onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
De klinische behandeling van veroordeelde is gestart in de FPK te [plaats] vanaf februari 2021. Veroordeelde heeft zich gedurende de behandeling positief ontwikkeld, zo volgde hij diverse therapieën. Hij kon doorstromen naar de Forensisch Resocialisatie Afdeling [afdeling] in augustus 2023. Veroordeelde
stelde zich meewerkend op en zette zich in voor de behandeling. Vanaf 1 februari 2025 is het proefverlof gestart. In maart 2025 kon veroordeelde zijn resocialisatietraject vervolgen bij Forensisch Beschermd Wonen (FBW) Mesdag in [plaats] . Hij werd aangemeld bij Ambulante Forensische Psychiatrische Behandeling (AFPB) en maakte in juli 2025 officieel kennis met zijn casemanagers. In juli 2025 heeft veroordeelde betaald werk gevonden voor 20 uur per week bij een callcenter. Tot op heden verloopt dit goed. Sinds september 2025 is er sprake van een onderbewindstelling gezien de schuldenlast.
Veroordeelde is gemotiveerd voor zijn traject. Hij zet zich hiervoor in en is in samenwerking met de betrokken partijen. Desondanks is er een moeizame periode geweest in september 2025 toen bleek dat veroordeelde meerdere malen gegokt heeft en hier in eerste instantie geen openheid van zaken over wilde geven. Vanuit de reclassering heeft veroordeelde een aanwijzing gehad. Na enige tijd heeft hij meer openheid van zaken gegeven en is het contact met de betrokken instanties hersteld. Tegelijkertijd is er nog onvoldoende zicht op zijn beweegredenen tot gokken en daarmee welke mogelijke invloed dit heeft op (delict)risico's. Dit wordt verder besproken binnen de behandeling bij AFPB en veroordeelde werkt hieraan mee, hoewel hij het gokken lijkt te bagatelliseren. Als beschermend zien wij de volgende factoren: de motivatie en inzet van veroordeelde voor zijn traject, hij is goed ingesteld op medicatie en neemt deze trouw, abstinentie van middelen, zijn zelfinzicht en de stabiliteit op het gebied van wonen en werken.
Binnen de huidige situatie, waarin voldoende begeleiding en toezicht aanwezig is, schatten wij de kans op recidive in als laag. Veroordeelde neemt over het algemeen verantwoordelijkheid voor zijn traject en houdt zich aan afspraken en voorwaarden. De samenwerking met de betrokken instanties is goed te noemen, ondanks dat er nog onduidelijkheden zijn over het gokgedrag van veroordeelde, evenals de keuzes die hij daaromtrent maakte, zoals het gebrek aan openheid. Wij zien voldoende mogelijkheden om voorwaarden op te stellen voor de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel tbs met dwangverpleging.
Het advies van de reclassering is daarom om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen met de volgende voorwaarden: geen strafbare feiten plegen, meewerken aan reclasseringstoezicht en aan een eventuele time-out, niet naar het buitenland, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, verbod op verdovende middelen en alcohol, dagbesteding, aflossing schulden, verbod kansspelen, inname medicatie en openheid geven over sociale contacten.
De reclasseringswerker [reclasseringswerker] heeft tijdens de zitting van 24 februari 2026 het maatregelenrapport van 3 februari 2026 bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Veroordeelde heeft ter zitting aangegeven dat hij eenmalig in gesprek is geweest met een verslavingsarts over zijn gokgedrag. Dat het bij één keer is gebleven komt omdat veroordeelde geen hulpvraag heeft.
Desondanks is het zo dat hij in gesprek is en blijft met de casemanager over hoe hij bijvoorbeeld om moet gaan met gevoelens van eenzaamheid en verveling. Dat de gesprekken bij de verslavingsarts geen vervolg krijgen betekent niet dat er geen aandacht is voor het gokken.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling gevorderd onder de voorwaarden zoals vermeld door de reclassering in het maatregelenrapport van 3 februari 2026.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
De raadsvrouw heeft verzocht om de vordering van de officier van justitie tot voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling te volgen.
Het oordeel van de rechtbank
Ter beoordeling aan de rechtbank ligt de vraag voor of de verpleging van overheidswege al dan niet voorwaardelijk dient te worden beëindigd.
Voor het voorwaardelijk beëindigen van de verpleging van overheidswege moeten goede gronden aanwezig zijn. Het uit de psychische stoornis voortvloeiende gevaar van de terbeschikkinggestelde voor de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen moet dusdanig zijn teruggebracht dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen.
Uit voornoemde rapportages en het verhandelde ter zitting blijkt dat veroordeelde toe is aan de volgende stap in zijn resocialisatietraject en dat die stap ook verantwoord is. Met de juiste professionele ondersteuning en door middel van het stellen én naleven van voorwaarden kan het recidiverisico worden teruggebracht naar een aanvaardbaar niveau. In het kader van de voorwaardelijke beëindiging kan deze ondersteuning aan veroordeelde worden gegeven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gevaarzetting van veroordeelde - mede gelet op de inhoud van de geformuleerde voorwaarden - in afdoende mate kan worden beheerst onder toezicht van de reclassering. De rechtbank heeft in dit oordeel mede betrokken dat veroordeelde te kennen heeft gegeven dat hij de voorgestelde voorwaarden na zal leven en dat hij in de afgelopen periode ook reeds heeft laten zien dat hij in staat is om zich aan de in dat kader gemaakte afspraken te houden.
Gelet op deze omstandigheden zal de rechtbank de verpleging van overheidswege van veroordeelde voorwaardelijk beëindigen. De rechtbank zal daarbij de door de reclassering in het maatregelenrapport van 3 februari 2026 geformuleerde voorwaarden overnemen.

Beslissing

De rechtbank beëindigt voorwaardelijk de verpleging van overheidswege.
Stelt daarbij als algemene voorwaarde dat veroordeelde zich niet schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten.
Stelt daarbij als bijzondere voorwaarden:
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Veroordeelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
  • veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
  • veroordeelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is
nodig om de identiteit van veroordeelde vast te stellen;
- veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen
geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is
nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
  • veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken;
  • veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door
andere instellingen of hulpverleners;
  • veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
  • veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact
hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht.
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en veroordeelde daarmee instemt, kan veroordeelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of veroordeelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Niet naar het buitenland
Veroordeelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
Ambulante behandeling
Veroordeelde laat zich behandelen door Ambulante Forensische Psychiatrische Behandeling (AFPB) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft in Forensisch Beschermd Wonen (FBW) Beijum van Mesdag of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
Verbod verdovende middelen
Veroordeelde gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Veroordeelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urinecontroles. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Alcoholverbod
Veroordeelde gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urinecontroles of ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Dagbesteding
Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.
Aflossing schulden
Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen en houdt zich aan de afspraken met de bewindvoerder. Veroordeelde geeft de reclassering en begeleiding inzicht in zijn financiën en schulden.
Verbod kansspelen
Veroordeelde neemt niet deel aan kansspelen, tenzij de reclassering hiervoor toestemming heeft gegeven. Hij geeft hierover openheid van zaken.
Medicatie
Veroordeelde houdt zich aan de voorschriften van de medicatie (antipsychotica) en werkt mee aan controles op het gebruik hiervan.
Openheid geven over sociale contacten
Veroordeelde geeft openheid over zijn sociale netwerk.
Deze beslissing is gegeven door mr. R. Depping, voorzitter, mr. J. Faber en mr. L.M.B. Soppe, rechters, bijgestaan door mr. M.W. ten Brinke, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 maart 2026.