ECLI:NL:RBNNE:2026:705

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
18-222339-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens stalking met gevangenisstraf en contactverbod

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor stalking van het slachtoffer gedurende de periode van 28 april 2025 tot en met 7 augustus 2025. Verdachte maakte zich schuldig aan het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door onder meer bedreigende berichten, brieven, fysiek confronteren en herhaaldelijk contact zoeken.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het slachtoffer langdurig en op indringende wijze belaagde, wat een grote impact had op het leven van het slachtoffer. Verdachte was reeds eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten en liep ten tijde van het strafbare feit een proeftijd. Het psychologisch rapport en reclasseringsadvies wezen op een hoog risico op volharding en een gemiddeld tot hoog recidiverisico bij andere slachtoffers.

De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 189 dagen, waarvan 42 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling, contact- en locatieverboden met elektronische monitoring. Tevens werd een maatregel opgelegd op grond van artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en haar kinderen voor drie jaar, met vervangende hechtenis bij overtreding.

De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding van €1.750,- immateriële schade werd toegewezen met wettelijke rente vanaf 7 augustus 2025. Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van twee eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen wegens eerdere veroordelingen. De rechtbank verklaarde verdachte niet bewezen voor de meer of anders ten laste gelegde feiten en sprak hem daarvan vrij.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 189 dagen gevangenisstraf waarvan 42 voorwaardelijk en een contactverbod van drie jaar met slachtoffer en haar kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18-222339-25
vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummers 18-003919-24 en 18-097858-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 februari 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.P.E.M. Pover, advocaat te Meppel.
Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Potijk.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, in of omstreeks de periode van 28 april 2025 tot en met 12 augustus 2025 te Assen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door
  • ( veelvuldig) WhatsApp-berichten en/of e-mailberichten naar die [slachtoffer] te sturen met bedreigende en/of intimiderende en/of beledigende en/of belastende teksten en/of
  • ( veelvuldig) telefonisch contact op te nemen met die [slachtoffer] en/of
  • een of meerdere brieven in de brievenbus van die [slachtoffer] te stoppen en/of
  • een of meerdere keren aan te bellen bij de woning van die [slachtoffer] en/of
  • zich meermalen op te houden in de straat en/of bij de woning van die [slachtoffer] en/of meermalen door de straat van die [slachtoffer] te rijden
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, in of omstreeks de periode van 28 april 2025 tot en met 12 augustus 2025 te Assen, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten
  • een relatie met hem, verdachte, te houden en/of weer aan te gaan en/of
  • een gesprek met hem, verdachte, aan te gaan en/of contact met hem te onderhouden en/of
  • hem, verdachte te ontmoeten/zien/spreken, door
  • ( veelvuldig) WhatsApp-berichten en/of e-mailberichten naar die [slachtoffer] te sturen met bedreigende en/of intimiderende en/of beledigende en/of belastende teksten en/of
  • ( veelvuldig) telefonisch contact op te nemen met die [slachtoffer] en/of
  • een of meerdere brieven in de brievenbus van die [slachtoffer] te stoppen en/of
  • een of meerdere keren aan te bellen bij de woning van die [slachtoffer] en/of
  • zich meermalen op te houden in de straat en/of bij de woning van die [slachtoffer] en/of meermalen door de straat van die [slachtoffer] te rijden en/of
  • meerdere malen te zeggen dat hij, verdachte, zichzelf van het leven zal beroven;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, in of omstreeks de periode van 28 april 2025 tot en met 12 augustus 2025 te Assen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten
  • een relatie met hem, verdachte, te houden en/of weer aan te gaan en/of
  • een gesprek met hem, verdachte, aan te gaan en/of contact met hem te onderhouden en/of
  • hem, verdachte te ontmoeten/zien/spreken, doordat hij, verdachte,
  • ( veelvuldig) WhatsApp-berichten en/of e-mailberichten naar die [slachtoffer] heeft gestuurd met bedreigende en/of intimiderende en/of beledigende en/of belastende teksten en/of
  • ( veelvuldig) telefonisch contact heeft opgenomen met die [slachtoffer] en/of
  • een of meerdere brieven in de brievenbus van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of
  • een of meerdere keren heeft aangebeld bij de woning van die [slachtoffer] en/of
  • zich meermalen heeft opgehouden in de straat en/of bij de woning van die [slachtoffer] en/of meermalen door de straat van die [slachtoffer] heeft gereden en/of
  • meerdere malen heeft gezegd dat hij, verdachte, zichzelf van het leven zal beroven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlages) d.d. 7 augustus 2025, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025178998 d.d. 14 augustus 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij, in de periode van 28 april 2025 tot en met 7 augustus 2025 te Assen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door
  • veelvuldig WhatsApp-berichten en e-mailberichten naar die [slachtoffer] te sturen met bedreigende, intimiderende, beledigende en belastende teksten en
  • telefonisch contact op te nemen met die [slachtoffer] en
  • meerdere brieven in de brievenbus van die [slachtoffer] te stoppen en
  • meerdere keren aan te bellen bij de woning van die [slachtoffer] en
  • zich meermalen op te houden in de straat en bij de woning van die [slachtoffer] en meermalen door de straat van die [slachtoffer] te rijden,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
primairbelaging.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 189 dagen waarvan 42 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk deel moeten de bijzondere voorwaarden gekoppeld worden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op te leggen in de vorm van een contactverbod met aangeefster [slachtoffer] en haar twee kinderen voor de duur van vijf jaren. Voor elke overtreding van het contactverbod moet één week hechtenis volgen met een maximum tot zes maanden. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd om deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat hij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie voor wat betreft de hoogte van de gevangenisstraf. Daarnaast heeft hij met betrekking tot de geformuleerde bijzondere voorwaarden opgemerkt dat het gebiedsverbod kan worden beperkt tot de wijk [wijk] omdat de formulering van de reclassering onduidelijk is en een te groot gebied bestrijkt. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat in het Pro Justitia-rapport wordt overwogen dat het recidiverisico ten aanzien van hetzelfde slachtoffer laag is. Dat staat op gespannen voet met het opleggen van een locatie- en contactverbod met een slachtofferdevice, des te meer indien de duur van de monitoring van die verboden in handen wordt gelegd van de reclassering. De rechtbank zou dit naar zich kunnen toetrekken door een termijn van vier maanden aan dit locatie- en contactverbod te verbinden, waardoor verdachte in totaal, samen met de duur van voorlopige hechtenis, zes maanden onder elektronische monitoring heeft gestaan. Tot slot heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat een contactverbod niet kan worden opgelegd als bijzondere voorwaarde naast een contactverbod op grond van artikel 38v Sr.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het psychologisch Pro Justitia-rapport van 5 januari 2026, het reclasseringsadvies van 10 februari 2026, het uittreksel justitiële documentatie d.d. 27 januari 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan stalking van slachtoffer [slachtoffer] . Ondanks de vele (indringende) verzoeken van het slachtoffer om haar met rust te laten, is verdachte geruime tijd doorgegaan met contact zoeken op verschillende manieren. Verdachte heeft het slachtoffer onder andere veelvuldig dwingende, bedreigende en beledigende berichten gestuurd, brieven met eenzelfde strekking door de brievenbus van het slachtoffer gedaan en is meermalen langs de woning van het slachtoffer gereden. Eenmaal heeft verdachte het slachtoffer bij haar eigen woning ook fysiek geconfronteerd, uitgescholden en bedreigd. Dit gedrag heeft het leven van het slachtoffer gedurende een forse periode beheerst. De dwingende, intense en bedreigende manier waarop verdachte contact probeerde te houden met aangeefster en de duur hiervan vindt de rechtbank zorgelijk. Hiermee heeft verdachte op indringende wijze de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer aangetast. Uit de toelichting bij het ingediende verzoek tot schadevergoeding blijkt dat het slachtoffer gedurende langere tijd in angst heeft geleefd, en nog steeds in angst leeft, en dat de gedragingen van verdachte een grote impact hebben op haar leven.
Uit het uittreksel justitiële documentatie volgt dat verdachte al eerder wegens een soortgelijk feit onherroepelijk is veroordeeld. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van verdachte mee bij de straftoemeting. Bovendien liep verdachte in een proeftijd in verband met deze eerdere en een andere veroordeling.
Persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het Pro Justitia-rapport, opgemaakt op 5 januari 2026 door M. van Tongeren, GZ-psycholoog, volgt dat de deskundige vanwege het gebrek aan hetero-anamnestische gegevens, het gebrekkige zelfinzicht van verdachte en het feit dat hij weinig informatie verstrekte en vragenlijsten sociaal wenselijk heeft ingevuld, waarbij klachten en problemen ontkend worden, geen stoornissen heeft kunnen vaststellen. Hoewel er geen stoornis vastgesteld kon worden is met behulp van de Stalking Risk Profile wel een aantal risicofactoren beschreven. Hieruit komt naar voren dat verdachte qua risico op stalking geweld laaggemiddeld scoort, maar op volharding hoog. Het risico op terugval ten aanzien van hetzelfde slachtoffer lijkt laag, maar ten aanzien van een ander slachtoffer gemiddeld tot hoog indien verdachte geen behandeling volgt. Het risico op psychosociale schade bij verdachte is gemiddeld. De psycholoog adviseert om bijzondere voorwaarden te formuleren bij een voorwaardelijke straf waarbij kan worden overwogen om een contactverbod op te leggen ten aanzien van aangeefster met een toezicht van ten minste twee jaren.
Uit het reclasseringsrapport van 10 februari 2026 blijkt het volgende. De onduidelijkheid die verdachte lijkt te hebben ervaren met betrekking tot het beëindigen van het contact tussen hem en het slachtoffer zorgde voor veel onrust, frustratie en onmacht en verdachte was vermoedelijk mede daardoor niet in staat zich neer te leggen bij het besluit van het slachtoffer alvorens hij de door hem gewenste duidelijkheid verkreeg. In algemene zin valt op dat verdachte (sterke) behoefte heeft aan duidelijkheid en voorspelbaarheid; zo ook gedurende het reclasseringscontact. Verdachte werd met ingang van 5 januari 2026 geschorst van de preventieve hechtenis onder voorwaarden. Verdachte stelt zich binnen het
reclasseringstoezicht meewerkend op en houdt zich aan de afspraken/voorwaarden. Gelet op het feit dat het toezicht recentelijk gestart is, bevindt het toezicht zich nog in de opstartende fase waardoor ambulante behandeling nog niet gestart is. Volgens de reclassering is het wenselijk dat het toezicht zal worden voortgezet zodat ambulante behandeling kan worden gestart en er toegewerkt kan worden naar de gewenste gedragsverandering en recidivevermindering. Het advies aan de rechtbank is om aan verdachte op te leggen een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met slachtofferdevice en elektronische monitoring, een locatieverbod en een locatiegebod met elektronische monitoring, dagbesteding en geen andere huisvesting zonder toestemming. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard bereid te zijn om zich te houden aan deze voorwaarden. In een e-mail van de reclassering van 19 februari 2026 wordt in aanvulling op het hiervoor besproken rapport geadviseerd om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De straf
De rechtbank komt, alles afwegende, tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 189 dagen waarvan 42 dagen voorwaardelijk - met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht - en daaraan gekoppeld een proeftijd van drie jaren. Het onvoorwaardelijke strafdeel is gelijk aan de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering en hiervoor omschreven. De rechtbank wil met oplegging van deze gevangenisstraf de ernst van het feit tot uitdrukking brengen en met het voorwaardelijke deel en de daaraan gekoppelde voorwaarden voorkomen dat verdachte in de toekomst wederom strafbare feiten zal plegen.
De rechtbank zal niet bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht daarop dadelijk uitvoerbaar zijn. Aan de wettelijke eis dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, is namelijk niet voldaan.
Artikel 38v Sr maatregel
De rechtbank zal, conform de eis van de officier van justitie, ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten in de richting van slachtoffer [slachtoffer] , de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr opleggen, inhoudende dat verdachte gedurende drie jaren geen direct of indirect contact mag hebben met voornoemd slachtoffer en haar kinderen. De rechtbank zal, mede gelet op de hardnekkigheid van het gedrag van verdachte en de duur van de belaging, deze maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich weer belastend zal gedragen ten aanzien van deze personen.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat bij de vrijheidsbeperkende maatregel de mogelijkheid om overtreding van het contactverbod te sanctioneren niet afhangt van de hoogte van het (resterende) voorwaardelijke strafdeel. Voorts gaat het sanctioneren van een overtreding van het contactverbod niet ten koste van een voorwaardelijk strafdeel indien naast de vrijheidsbeperkende maatregel een voorwaardelijke straf wordt opgelegd met andere/overige voorwaarden. Anders dan de raadsman is de rechtbank daarom van oordeel dat er wel degelijk gronden bestaan om het contactverbod in beide vormen op te leggen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij volledig kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de wettelijke rente.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering benadeelde partij en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 augustus 2025.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Parketnummer 18-003919-24
Bij onherroepelijk vonnis van 28 oktober 2024 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Assen, is verdachte veroordeeld tot - onder meer - een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 17 juni 2025. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 16 oktober 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Parketnummer 18/097858-23
Bij onherroepelijk vonnis van 21 augustus 2023 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Assen, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 13 juni 2024. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 15 oktober 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd tot tenuitvoerlegging van beide straffen nu verdachte in de proeftijden opnieuw een strafbaar feit heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen moeten worden afgewezen omdat hetgeen in de huidige schorsing van de voorlopige hechtenis is opgebouwd zal worden tenietgedaan bij de tenuitvoerlegging van beide voorwaardelijke straffen.
Oordeel van de rechtbank
Nu veroordeelde het bewezenverklaarde heeft begaan voor het einde van de proeftijden, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van beide voorwaardelijke straffen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v en 285b van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 189 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf
een gedeelte, groot 42 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. veroordeelde meldt zich op afspraak bij de reclassering. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. veroordeelde laat zich behandelen door een nader door de reclassering te bepalen forensische instelling. De behandeling start op een nader te bepalen moment. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met mevrouw [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1975. Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring van dit contactverbod, zolang de reclassering dat nodig vindt. Met elektronische monitoring via enkelband en slachtofferdevice kan de reclassering het genoemde slachtoffer informeren als veroordeelde dichtbij komt;
4. veroordeelde begeeft zich niet in de wijk [wijk] te Assen begeven. Veroordeelde zal meewerken aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. Veroordeelde zal niet naar het buitenland gaan zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen;
5. veroordeelde is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met veroordeelde en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 12 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van 4 uur per dag vrij te besteden. Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Namelijk aan de [adres] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen;
6. veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
7. veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Legt aan de veroordeelde op
de maatregelstrekkende tot beperking van de vrijheid, zoals bedoeld in
artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, en beveelt dat de veroordeelde voor de duur van 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
[slachtoffer] (aangeefster), geboren op [geboortedatum] 1975 en haar twee kinderen: [kind 1] , geboren op [geboortedatum] 2003 en [kind 2] , geboren op [geboortedatum] 1999.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis
heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer] te betalen:
  • het bedrag van 1.750,00 (zegge: duizend zevenhonderdvijftig euro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 augustus 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.750,00 (zegge: duizend zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 17 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18-003919-24:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen van 28 oktober 2024, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18-097858-23:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen van 21 augustus 2023, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van één maand.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.B. Soppe, voorzitter, mr. J. Faber en mr. R. Depping, rechters, bijgestaan door mr. M.W. ten Brinke, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2026.