Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van 27 mei 2025 schorst. Dit verzoek is gedaan in het kader van een minnelijke schuldregeling en een lopend verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De verhuurder stelde zich op het standpunt dat het verzoek moest worden afgewezen vanwege meerdere eerdere aanzeggingen tot ontruiming sinds 2016 en het niet nakomen van afspraken door verzoekster. Verzoekster heeft echter aangetoond dat zij sinds het tussenvonnis van 2 januari 2026 de huur tijdig en volledig betaalt en dat zij adequate hulpverlening heeft ingeschakeld.
De rechtbank heeft de belangen afgewogen en geoordeeld dat de omstandigheden nu in het voordeel van verzoekster uitvallen. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig en volledig blijven plaatsvinden. De voorziening geldt voor maximaal zes maanden vanaf 2 januari 2026 en schorst de ontruiming gedurende die periode.
Daarnaast is bepaald dat de voorziening vervalt indien het verzoek tot schuldsanering wordt ingetrokken of definitief wordt beslist. De Groningse Kredietbank dient vier weken voor het aflopen van de voorziening verslag uit te brengen over de buitengerechtelijke schuldregeling. De mondelinge behandeling van het verzoek tot schuldsanering zal op een later moment plaatsvinden.