Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster 1] , verzoekster I
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, het college
Samenvatting
.Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het college niet onzorgvuldig of in strijd met het fair play-beginsel heeft gehandeld door de nieuwe aanvraag te beoordelen.
De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het college deugdelijk gemotiveerd heeft dat er ten aanzien van het aspect geluid sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
‘De bepalingen uit het bestemmingsplan ten aanzien van de situering van gebouwen (bouwvlak) en maximale bouw- en goothoogte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) blijven van kracht.’Hoewel niet geheel duidelijk is, wat ‘van kracht blijven’ betekent, lijkt het beleid vooral oppervlakte-uitbreiding (ten opzichte van het bestemmingsplan) en niet zozeer hoogte-uitbreiding toe te staan. Daaruit leidt de voorzieningenrechter af dat niet aan het beleid wordt voldaan, als het initiatief buiten een bouwvlak of boven de planologisch toegestane bouw- of goothoogte wordt gebouwd.