ECLI:NL:RBNNE:2026:611

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
C/18/25 1353 / KG RK 26/2
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende onpartijdigheid afgewezen

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T.K. Hoogslag, rechter in de hoofdzaak tussen verzoeker en Stichting Elkien, omdat hij meent dat door het plaatsen van de dagvaarding op de rolzitting van 6 januari 2026 geen eerlijk proces kan worden gewaarborgd.

De wrakingskamer oordeelt dat het plaatsen van de dagvaarding op de rolzitting een processuele beslissing is die in overeenstemming is met het landelijke procesreglement en buiten de invloed van de rechter ligt. Dit betekent niet dat er op die dag een inhoudelijke behandeling plaatsvindt, maar slechts dat verzoeker de gelegenheid heeft om te reageren of uitstel te vragen.

De kamer stelt dat verzoeker op de rolzitting uitstel had kunnen vragen, wat in de regel wordt verleend, en dat de geplande mondelinge behandeling van het verzoekschrift op 26 januari 2026 gewoon kan plaatsvinden. Er is geen sprake van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.

Daarom wordt het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en wordt de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/25 1353 / KG RK 26/2
Beslissing van 12 januari 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. T.K. Hoogslag,
rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het schriftelijke wrakingsverzoek van 5 januari 2026;
  • de schriftelijke reactie van de rechter van 7 januari 2026.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker is in de (hoofd)zaak met zaaknummer [nummer] gedagvaard door zijn verhuurder Stichting Elkien . Die dagvaarding is door de Stichting Elkien aangebracht en geplaatst op de rolzitting van kantonzaken van 6 januari 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van verzoeker. Verzoeker heeft voordien een verzoek tot wraking ingediend van de rolrechter dan wel dienstdoende kantonrechter, omdat hem een eerlijk proces zou worden ontnomen doordat de (rol)rechter door, naar de wrakingskamer begrijpt, plaatsing van de dagvaardingszaak op de rolzitting van 6 januari 2026, geen rekening heeft gehouden met de reeds geplande behandeling van een verzoekschrift tussen dezelfde partijen over een met de dagvaardingszaak samenhangende kwestie. De behandeling van dat verzoekschrift is bepaald op 26 januari 2026.
2.2.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten.

3.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan een rechter alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld.
3.2.
Naar het oordeel van de wrakingskamer kan hetgeen verzoeker heeft aangevoerd niet leiden tot de conclusie dat er sprake is van vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Op het door de Stichting Elkien uitbrengen van een dagvaarding en de daarin vermelde oproeping van verzoeker voor de rolzitting van 6 januari 2026 heeft de rechter geen enkele invloed en een en ander gaat buiten hem en de rechtbank om. Het plaatsen van de aangebrachte dagvaarding op de rolzitting is een processuele beslissing die in overeenstemming is met het landelijke procesreglement en die beslissing kan niet aangetast worden met een wrakingsverzoek. Het plaatsen van de zaak op die rolzitting betekent, anders dan verzoeker kennelijk meent, niet dat er op die dag een mondelinge en inhoudelijke behandeling van de zaak zal plaatsvinden. Wèl is er op die zitting voor verzoeker de gelegenheid om of te antwoorden op de (vordering in de) dagvaarding dan wel om uitstel te vragen om op de dagvaarding te reageren. In zoverre doorkruist deze dagvaardingsprocedure dan ook niet de procedure die verzoeker zelf door middel van een verzoekschrift heeft aanhangig gemaakt en waarvan de mondelinge behandeling op 26 januari 2026 is gepland. De verzoeker had op de rolzitting van 6 januari 2026 een uitstel van vier weken kunnen vragen voor het reageren op de (vordering in de) dagvaarding en een dergelijk uitstel wordt in de regel verleend.
Van het ontnemen van een eerlijk proces is derhalve geen sprake en de vrees daarvoor aan de zijde van verzoeker was dan ook niet gerechtvaardigd.
3.3.
Het verzoek is dan ook kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan en zal daarom achterwege blijven.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek – kennelijk – ongegrond;
- bepaalt dat de hoofdzaak (met zaaknummer: [nummer] ) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking, bevond;
- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de rechter en Stichting Elkien .
Aldus gegeven door mr. J. de Vroome, voorzitter, mr. J.S. Bartstra en mr. F.P. Dresselhuys, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Wachtmeester-Koning op 12 januari 2026.
Deze beslissing is ondertekend door de voorzitter.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.